Kiezen voor een studie is niet kiezen voor een baan…

Written by Erwin van Rooijen. Posted in Blogs

Jongeren laten zich bij de keuze voor een studie steeds meer leiden door het ‘arbeidsmarktperspectief’: de concrete kans op een concrete baan. Recent onderzoek heeft dat aangetoond. De kranten staan er vol van.

Is dat begrijpelijk? Ja, in deze onzekere tijden waarin we net weer een beetje uit de economische recessie kruipen, is het begrijpelijk dat jongeren (vaak gestimuleerd door hun al dan niet traditionele ouders) kiezen voor ‘baanzekerheid’ of, zoals we steeds meer moeten zeggen: ‘werkzekerheid’.

Is het wenselijk? Ik weet het niet. De afgelopen jaren heb ik in mijn werk verschillende opdrachten mogen uitvoeren rond het thema loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). Ik ben er nu ook weer volop mee bezig: opleidings- en beroepskeuzeprocessen bij jongeren anno 2014.

Eén van de belangrijkste lessen die ik daarbij heb geleerd (mede geïnspireerd door ‘LOB goeroe’ en lector Pedagogiek van de Beroepsvorming Frans Meijers, met wie ik als jonge onderzoeker ooit mijn eerste projecten op dit thema mocht uitvoeren) is dat jongeren uiteindelijk niet kiezen op basis van informatie, maar op basis van ervaring.  Zoals Frans Meijers het in een interview eens formuleerde: “Alle leuke dingen in het leven beginnen met ervaring, pas daarna komt de theorie.”

Dwars door de conjuncturele schommelingen heen blijven de klassieke onderwijssociologische wetmatigheden daarbij van kracht: jongeren uit de lagere sociale milieus koersen zo snel mogelijk op een concreet beroep, jongeren uit de hogere milieus permitteren zich een ‘experimenteerruimte’ waarbinnen ze kunnen onderzoeken wat ze echt willen (‘iets met mensen, iets met marketing … ?’). Dit is, enigszins gechargeerd, het patroon tijdens economische voorspoed. Bij economische neergang gaan ook meer hoger (voor)opgeleide jongeren voor ‘zekerheid’. Dat is wat we nu zien.

Maar hoe zeker is deze vermeende zekerheid? Feit blijft dat het onderwijs altijd opleidt voor ‘de arbeidsmarkt van morgen’. Dat is geen verwijt aan het onderwijs. Dat is onvermijdelijk. Opleiden kost nou eenmaal tijd. Hoewel onderwijs en bedrijfsleven steeds meer gezamenlijk optrekken bij het opleiden van jongeren, heeft de arbeidsmarkt altijd gisteren de gekwalificeerde medewerkers nodig, die het onderwijs pas morgen kan leveren.  Kortom: de veronderstelde baanzekerheid is altijd maar relatief en bovendien conjunctuurgevoelig.

Mijn advies aan jongeren, die ‘moeten’ kiezen voor een studie (en dat zeg ik ook tegen mijn eigen kinderen van negentien en bijna zeventien): volg je hart, zoek uit waar je affiniteit en je talenten liggen en dan kristalliseert dat ‘beroep’ dat jij straks gaat uitoefenen zich echt wel uit. Een calculerende burger kan je altijd nog worden

Ik ging zelf geschiedenis studeren, omdat ik geschiedenisleraar wilde worden. Op de keurige (toen nog) upper class school waar ik zat werd ik geïnspireerd door mijn jonge, rebelse geschiedenisleraar: lang haar, baard, gebroken geweertje op de revers, wist alles van het marxisme. Dat wilde ik ook. Na een half jaar universiteit wilde ik al geen leraar in het voortgezet onderwijs meer worden. Ik werd onderzoeker en docent aan de universiteit, ik werd adviseur, ik werd procesbegeleider in de wereld van onderwijs en arbeidsmarkt. Maar ik heb geen dag spijt gehad van de mooie studie die ik heb gevolgd. Iedere dag pluk ik daarvan nog de vruchten, zowel in mijn werk als daarbuiten. Ik ben er trots op om een ‘verdwaalde historicus’ te zijn.

Mijn advies aan beleidsmakers op dit terrein: verplaats je weer even in de zeventienjarige die je ooit was en lees deze blog dan nog een keer.

Erwin van Rooijen

Tags: , , , ,

Trackback from your site.

Comments (1)

  • Marco de Boer

    |

    Ik zou zeggen laat je minder leiden door arbeidsperspectief maar kies iets wat je leuk vindt en waar je goed in bent. Als iedereen kiest voor een beroep met veel perspectief zijn de vacatures natuurlijk snel ingevuld..

    Reply

Leave a comment