Leren in de breedte…

Written by Erwin van Rooijen. Posted in Blogs

Het is toch wel exemplarisch voor de bijzondere en eigenlijk onmogelijke samenstelling van het huidige kabinet. Een ietwat geëxalteerde staatssecretaris van onderwijs, die voortdurend loopt te roepen dat we in talent en excellentie moeten investeren, dat we op kop moeten lopen in de ‘kenniseconomie’ en dat we met z’n allen een visie op het onderwijs in 2032 bij elkaar moeten twitteren. Daartegenover zijn eigen minister (van sociaal democratische huize), die ‘de arbeider’ nu toch even maant om pas op de plaats te maken. Zij ‘stoort zich eraan’ dat ‘iedereen maar hogerop wil’.

Ik chargeer natuurlijk, zoals deze uitspraken de afgelopen tijd volop gechargeerd en geridiculiseerd zijn. Dat mag in een vrij land. Beide bewindslieden hebben hun uitspraken inmiddels ook uitgebreid genuanceerd en uitgelegd zat ze door ‘de media’ uit ‘de context’ gehaald zijn. Ook dat mag (maar ze hebben het wel gezegd).

Door journalisten en commentatoren is er ook veel verstandigs over gezegd, bijvoorbeeld door Aleid Truijens in de Volkskrant van zaterdag 13 juni jongstleden. Zij stelt dat de minister natuurlijk wel een punt heeft, maar dat zij er verstandiger aan had gedaan om de kwaliteit van het onderwijs en de onderwijsinstellingen als aanvliegroute voor haar betoog te nemen en niet de ambitie van de individuele jongere. Eens.

Wat ik typerend vind voor deze discussie is dat we voortdurend en uitsluitend blijven denken in ‘verticale lijnen’: hogerop, sociale stijging, stapelen, klimmen, niveau, beroepskolom, opscholen etc. Ik mis te veel de ‘horizontale dimensie’: verbreden en verrijken. Dat is waar het bij de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt steeds meer om gaat. Dat merk ik in verschillende opdrachten die ik momenteel uitvoer, met name rond de steeds populairder wordende ‘associate degree opleidingen’. Een associate degree opleiding is een eigenstandige, tweejarige opleiding, die opleidt tot een erkend diploma in het hbo.

In de vele interviews die ik uitvoer in het ‘beroepenveld’ in verschillende maatschappelijke sectoren merk ik dat steeds meer werkgevers het niet meer zo belangrijk vinden of er nou ‘mbo’ of ‘hbo’ op ‘het papiertje’ staat. Werkgevers denken steeds meer in competenties en vaardigheden, steeds meer in (zo u wilt) ‘21st century skills’. Associate degree opleidingen lijken in toenemende mate aan deze behoeften tegemoet te komen, zowel voor nieuw personeel als voor de bijscholing (ik praat bewust niet over opscholing) van zittend personeel. Overigens moeten we ook hier uitkijken voor de valkuil van het ‘niveau-denken’: associate degree opleidingen worden aangeduid met niveau 5, tussen mbo 4 en hbo bachelor in. Maar werkgevers denken dus steeds minder in die termen. Werkgevers denken ‘breder.’

A.F.Th. van der Heijden, wat mij betreft nog steeds de beste Nederlandse romanschrijver van dit moment, introduceerde ooit het begrip ‘leven in de breedte’, een metafoor die mij in mijn filosofische momenten altijd op de been heeft gehouden: “als je het leven niet kunt verlengen, dan moet je het verbreden.” Dat kan alleen wanneer je in meerdere dimensies tegelijk denkt én daar ook naar handelt (dat laatste voert hier te ver, lees zijn boeken).

Laten we in analogie hiermee ons maatschappelijke debat over het onderwijs verrijken met de term ‘leren in de breedte’. Laten we daarin voorop lopen.

Erwin van Rooijen

 

Tags: , , , , , , ,

Trackback from your site.

Comments (1)

  • Ype Akkerman

    |

    Beste Erwin,

    Je blog ‘Leren in de breedte’ spreekt me aan. Ik vat die op twee manieren op. In de eerste plaats dat we de bagage die we de jeugd mee willen geven voor leven in de samenleving en arbeidsmarkt van de toekomst een stuk breder en diverser is dan wat het (huidige) onderwijs biedt. Ik neem aan dat dit ook de kern van jouw betoog is. Er is in dit verband een interessant boek verschenen van Paul Tough “How children succeed” Daarin beschrijft hij dat welslagen op school en in het leven niet zozeer bepaald wordt door cognitieve vaardigheden maar veel meer door karaktereigenschappen als sociale vaardigheden, zelfkennis, vastberadenheid en doorzettingsvermogen, emotionele intelligentie. Die kwaliteiten zijn aan te kweken en te leren, al vanaf de vroegste leeftijd en niet uitsluitend in de school. Lezenswaardig, dat boek.

    Ontwikkeling en vorming van de jeugd: een opdracht voor velen
    De tweede interpretatie van leren in de breedte is dat ontwikkeling en vorming van de jeugd niet alleen een kwestie en verantwoordelijkheid is van de school. Er zijn tal van personen en disciplines die daaraan ook een bijdrage leveren: onder meer jeugdwerk en –welzijn, sport, kunstbeoefening (theater of een bandje bijvoorbeeld), werk (al was het maar een krantenwijk of een baantje in de supermarkt), kinderopvang en speeltuinen, en last but not least het gezin. It takes a village to raise a child.

    Dit besef kan er toe leiden dat de school wat selectiever kan zijn in de keuzes voor zijn maatschappelijk opdracht, wetende dat ook anderen zich kwijten van een belangrijke pedagogische en maatschappelijke opdracht. Want waarom zou je alles wat je met kinderen wilt in de 1000 uur stoppen waarin het kind onderwijs geniet? Er is toch een zee van tijd buiten die school die heel ontwikkelingsgericht kan worden aangewend? Dat gebeurt in de praktijk overigens ook, en volop. Dit wordt echter in de onderwijssector onvoldoende gezien, laat staan erkend en gewaardeerd.

    Een aardig voorbeeld komt uit een interview dat de voetballer Memphis Depay onlangs gaf. Daarin geeft hij hoog op van de betekenis van zijn jeugdervaringen bij Sparta en over zijn helden die hij mocht ontmoeten in de Kuip. Memphis was geen lieverdje, maar zijn toewijding voor de sport en de stimulans van zijn moeder hielden hem op koers en vormden hem ook, zowel professioneel als persoonlijk: “het voetbal heeft er voor gezorgd dat ik ben waar ik nu ben”, aldus Depay. En overigens ook zijn moeder, voeg ik eraan toe. Dit is maar een enkel voorbeeld, maar ik kan je vele vergelijkbare casussen voorhouden die mijn betoog illustreren.

    Een inclusieve benadering
    Zowel binnen als buiten het onderwijs is dus sprake van tal van personen die in de praktijk van alle dag een pedagogische opdracht uitvoeren, en ik zou er zeer voor pleiten als dat die inspanningen ook veel meer als een als een joint venture wordt gezien en dat het overheidsbeleid zich veel meer op een meer inclusieve optiek baseert. Het is een omissie dat dit gegeven in het maatschappelijk debat over onderwijs volstrekt buiten beschouwing blijft.

    Mijn benadering zou zijn dat het uiteraard heel goed is om te reflecteren op de kennis, vaardigheden en inzichten die we kinderen en jongeren voor de samenleving van morgen mee willen geven. Maar als het vervolgens gaat om de uitvoeringsconsequenties daarvan dan zouden we die niet moeten beperken tot het onderwijs, maar zouden we iedereen die hierin een rol kunnen vervullen moeten betrekken. De school is dan niet de exclusieve leeromgeving, maar partner in een brede coalitie die zich toelegt op deze belangrijke maatschappelijke en pedagogische opdracht. Deze inclusiviteit biedt ook een substantiële verrijking van de mogelijkheden om die belangrijke opdracht te realiseren.

    Evidente voordelen
    Belangrijk voordeel van deze benadering is dat de school niet overspoeld wordt door allerlei aanspraken vanuit de samenleving. Een tweede is dat de zeer velen die zich buiten de school inzetten voor de jeugd veel meer erkenning krijgen voor de merites van hun dagelijkse inzet. Het belangrijkste voordeel is echter dat we daarmee de ontwikkeling van de jeugd veel meer recht doen dan nu in het actuele debat het geval is.

    Reply

Leave a comment