Inclusieve arbeidsmarkt een fata morgana?

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Daar kan ik kort over zijn. Het antwoord op deze vraag: een volmondig ‘ja’!’. Het is niet meer dan een bezweringsformule om ernstige problemen te bagatelliseren en deze dus niet te hoeven oplossen.

Misschien toch even toelichten. Sinds begin 2015 kennen we de veel besproken Participatiewet, bedoeld om zo veel mogelijk burgers ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ structureel aan betaald werk te krijgen en te houden. Niet alleen de mensen die voorheen toegang kregen tot de Wet Sociale Werkvoorziening (WsW), maar ook de voormalige zgn. Wajongers en niet te vergeten de grote groep burgers in de bijstand. De verantwoordelijkheid hiervoor werd neergelegd bij de gemeenten, uiteraard met oplegging van een efficiencykorting (in mijn ogen altijd een grove diskwalificatie van de partijen die voorheen verantwoordelijk waren, maar dit terzijde). Op straffe van een dreigend boetesysteem kregen werkgevers de opdracht om mensen ‘met een afstand’ in dienst te nemen, waarmee het probleem zich a.h.w. zelf zou oplossen, daarbij geholpen door deze bezweringsformule van landelijke en lokale politieke bestuurders: ’we hebben nu toch een inclusieve arbeidsmarkt?’.

Ik ga mijn gelijk niet halen door te wijzen naar de resultaten die tot nu toe geboekt zijn (die komen bij lange na niet in de buurt van de doelstellingen), maar door te wijzen op een denkfout. Dat er mensen zijn die bijzondere hulp nodig hebben om aan het werk te komen en te blijven, is van alle tijden en alle plaatsen. Dat kan met geen bezweringsformule worden weggenomen. En het aantal is zo groot dat gecumuleerde ‘liefdadigheid’ van werkgevers absoluut ontoereikend is om hen allemaal te kunnen helpen. Werkgevers hebben uiteindelijk maar één belang: de continuïteit – en dus slagkracht, kwaliteit en efficiency – van hun onderneming of organisatie. Daarbinnen is best wel ruimte om initiatieven te nemen die daaraan niet direct bijdragen, maar dat is per definitie marginaal, letterlijk en figuurlijk. En dan nog: als zij al bereid zijn ‘hun verantwoordelijkheid te nemen’, dan doen zij dat alleen als zij daarbij ‘ontzorgd’ worden.

Nu ligt het voor de hand te stellen: ‘dat zien we dan wel, dan passen we het beleid t.z.t. wel weer aan’. Maar ook dat is een denkfout. In de eerste plaats neemt de – ongewenste – tweedeling van de samenleving toe in plaats van af. Neem alleen al de groep jonge mensen ‘met een afstand’; omdat zij door nieuwe regelgeving de maatschappij geen geld meer kosten, zoals voorheen via Wajong-uitkeringen, verdwijnen zij uit de boeken en wordt hun ‘misparticipatie’ niet meer als een probleem gezien. In de tweede plaats verdampt de expertise die in vele tientallen jaren is opgebouwd bij m.n. de sociale werkbedrijven. Als geen andere partij zijn zij in staat vast te stellen waartoe mensen wèl in staat zijn, concepten te ontwikkelen en uit te voeren die de kloof tussen betrokkenen en werkgevers overbruggen (bijv. via allerlei vormen van detachering en jobcarving) en op een zo efficiënt mogelijke manier te markt te bedienen, niet in de laatste plaats omdat zij in staat zijn werkgevers te ontzorgen. Miskenning van hun toegevoegde waarde betekent vernietiging van menselijk kapitaal, kapitaal dat we nu, straks en altijd hard nodig hebben.

Preken voor eigen parochie. Dat zou mij kunnen worden verweten. Ik ben tenslotte voorzitter van de Raad van Commissarissen van UW, het sociaal werkbedrijf van Utrecht. Het zou vreemd zijn als ik niet zou geloven in de kracht en slagvaardigheid van onze organisatie. Maar ik denk dat er veel sociaal werkbedrijven zijn als UW: een onderneming die onder professioneel management (en toezicht natuurlijk) zich al in een heel vroeg stadium is gaan voorbereiden op de effecten van de Participatiewet. En die zichzelf a.h.w. opnieuw heeft uitgevonden om het gehele spectrum aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te kunnen bedienen en op tal van manieren de verbinding met het werkgeversveld te leggen om – natuurlijk tegen lagere kosten dan voorheen – zo veel mogelijk mensen aan het arbeidsproces te laten deelnemen. Niet enkele tientallen of honderden, maar de vele duizenden uitkeringsgerechtigden die de bestanden vullen van middelgrote en grote gemeenten.

De markt pakt dat echt niet zelf op. Daarop toch wachten is niet alleen zinloos, maar zet ons als samenleving op een nog grotere achterstand. En dan zou ook deze wet, net als de wet Werk en Zekerheid en de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie, precies het tegenovergestelde effect hebben dan ermee was beoogd. Dat is niet alleen jammer, het zou verschrikkelijk zijn.

Peter de Leeuwerk

 

Tags: , , , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment