Author Archive

Klassiek of niet?

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Ben Tiggelaar. Al jarenlang schrijft hij elke zaterdag een column over management en leiderschap in NRC. Niet elke column is even verrassend – dat kan ook niet als je elke week iets nieuws moet melden, Youp van ’t Hek lukt dat al jaren niet meer – maar per saldo zijn ze interessant genoeg om ze nooit over te slaan. Het charmante van de stijl van Ben Tiggelaar is dat hij ‘goeroe tegen wil en dank’ is, en dus geen zelfbenoemde, zoals zoveel anderen. Hij toont zich vaak van zijn kwetsbare zijde, hij toont zijn twijfels, onzekerheden en hardnekkige eigenschappen en is voortdurend op zoek naar wat inzichten van anderen voor meerwaarde hebben, in plaats van de betweter uit te hangen en ze steeds te overtreffen met de eigen superieure inzichten. Mooie eigenschap, mooie stijl. En volgens mij ook de enige manier om elke organisatievraag steeds opnieuw onbevangen en met een positieve grondhouding tegemoet te treden, om op zoek te gaan naar wat er wèl beter kan en organisaties daarvoor concrete handvatten te bieden.

Afgelopen zaterdag kreeg zijn column de titel ‘Het einde van de klassieke consultant’ mee. Hij betoogt dat de advieswereld bijna ongemerkt, maar onomkeerbaar op zijn kop wordt gezet. Daar waar voorheen veel organisatievragen door externen werden beantwoord, pakken veel organisaties dat inmiddels met eigen mensen op. Volgens Tiggelaar wordt dit bevestigd door een artikel uit Harvard Business Review. Dit onderzoek wijst op drie onderliggende ontwikkelingen: door toepassing van nieuwe technologie kunnen organisaties gemakkelijker hun eigen analyses maken, door de ontwikkeling en diversiteit van het aanbod aan freelancers, die vaak tijdelijk aan de organisatie worden toegevoegd en door de opkomst van kleine, sterk gespecialiseerde bureaus.

Na lezing hiervan werd mij ineens duidelijk wat Tiggelaar verstaat onder de ‘klassieke’ consultant: de grote adviessupermarkten met hun partnerstructuur. Dat werd nog duidelijker toen hij aan het slot van zijn column nog een andere onderzoeker aanhaalde, een zekere Pat Lynes. Uit onderzoek was gebleken dat deze categorie consultants door veel opdrachtgevers doodeenvoudig niet wordt vertrouwd. Deze consultants zijn in de eerste plaats bezig met ‘landing and expanding’, dus met jagen op opdrachten en omzet. Het gaan hen om de eigen business, niet om die van hun opdrachtgevers. Kennelijk zijn ze er jaren mee weggekomen, maar uiteindelijk komt elk niet duurzaam verdienmodel een keer aan het einde van zijn levenscyclus. Nu is de klassieke advieswereld kennelijk aan de beurt, die ik op basis van integriteit en deskundigheid overigens beslist niet over één kam zou willen scheren zoals onvermijdelijk is in een column met een gemaximeerd aantal woorden.

Het zou wel erg gemakkelijk zijn om nu te beweren dat wij van Tien echt heel anders zijn dan de ‘klassieke consultant’ van Ben Tiggelaar. Dus laat ik het maar bij het noemen van enkele feiten die ons onderscheiden van de klassieke consultants. Wij zijn met z’n dertienen. Niet groot dus, maar gelukkig groot genoeg om elkaar te kennen, te inspireren en scherp te houden. We kennen geen partnerpiramide. Daarmee bedoel ik dat we niet bezig zijn met het creëren van financiële waarde, maar het laten bij het verwerven van een inkomen. We zijn er dus ook niet op gericht om zo veel mogelijk uren van – vaak minder ervaren – medewerkers te verkopen. Elke collega is in staat om zichzelf van werk te voorzien. Meer werk binnenhalen dan we aankunnen, gaat alleen maar ten koste van onze kwaliteit en arbeidsvreugde. En tenslotte: in onze werkwijze voegen wij ons naar de behoefte van onze opdrachtgever: soms maken wij tijdelijk onderdeel uit van zijn organisatie, soms belichamen wij de kritische blik van buiten en soms vervullen wij de rol van superspecialist. En als we denken dat andere partijen het beter kunnen, doen we het gewoon niet. Dus zonder dat we het ons echt realiseerden, zijn we eigenlijk hypermodern.

Maar zoals ik al zei, ik wil niet preken voor eigen parochie. Het zijn vooral mijn enthousiasme en trots over onze club die mij tot deze bespiegeling hebben aangezet. Met dank aan de altijd prikkelende woorden van Ben Tiggelaar.

Peter de Leeuwerk

Noblesse oblige…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Als je zo om je heen kijkt, naar een met zichzelf worstelend Verenigd Koninkrijk, naar de gele hesjes in Frankrijk, naar een wild om zich heen slaande Amerikaanse president, dan kunnen we niet anders dan van geluk spreken, van het geluk dat we mogen leven en werken in een uitstekend georganiseerd land. Maar dat betekent natuurlijk niet dat bij ons alles goed gaat, al was het maar omdat de opvattingen over wat ‘goed’ is steeds meer uit elkaar lijken te gaan lopen. Het hoort kennelijk bij deze tijd om – al dan niet vermeende – misstanden breed uit te meten, in de traditionele en ‘sociale’ media en door op effectbejag gerichte oppositiepartijen en belangengroepen. Ook al worden ‘misstanden’ uitvergroot en uit hun verband gerukt, een kern(tje) van waarheid zit er meestal wel in, en niet in de laatste plaats omdat we inmiddels wel hebben geleerd dat we ook zorgen die we niet begrijpen serieus moeten nemen. We verwachten veel van onze overheid. Vaak te veel, want als de overheid ‘op ons verzoek’ maatregelen wil treffen, stuit zij al snel tegen onze eis om onze zelfbeschikking te behouden. Of het nu gaat om onze oude dag, onze gezondheid, onze huisvesting of onze mobiliteit, om maar een paar actuele onderwerpen te noemen. Maar zelfs als de overheid de ruimte krijgt om bakens te verzetten, is daarmee het probleem nog niet opgelost. Eigenlijk begint het dan pas. Want veel verder dan ambities benoemen en links en rechts wat prikkels uitdelen kan zij niet gaan.

Dat is ook het moment waarop ons bloed sneller gaat stromen, want dan kunnen we – desgevraagd – een bescheiden bijdrage leveren aan de daadwerkelijke oplossing. Een greep uit onze vragen in het afgelopen jaar, opdrachten waarvan de overheid het ‘wat’ heeft bepaald, maar niet anders kan dan het ‘hoe’ aan andere partijen overlaten. We willen minder gezinnen die in armoede leven, maar hoe komen wij met hen in contact? We willen minder bureaucratie in de jeugdzorg, maar hoe zorgen we ervoor dat partijen beter gaan samenwerken? We willen een inclusieve arbeidsmarkt, maar wat kunnen we doen om zoveel mogelijk mensen met een afstand tot die arbeidsmarkt op de toppen van hun kunnen mee te laten doen? We willen pesten op het werk een halt toe roepen, maar welke interventies kunnen daar daadwerkelijk aan bijdragen? We willen een schonere openbare ruimte, maar hoe zorgen we er voor dat alle actoren hun verantwoordelijkheid nemen? We willen minder geld uitgeven aan onze geestelijke gezondheidszorg, maar hoe kunnen we dat doen zonder de echt noodzakelijke zorg af te breken?

Vanaf 1 januari hebben we er drie collega-partners bij. Jacqueline Ratering heeft haar werkzame leven gewijd aan het verbeteren van de verpleegkundige zorg. De ambitie van Karin Reilingh is bij te dragen aan passend en duurzaam wonen in leefbare buurten en Joop Scherpenzeel zoekt en vindt nieuwe wegen om de exploitatie van ons maatschappelijk vastgoed op een hoger niveau te tillen. Zo vormen we als Tieners een team dat een bijdrage kan leveren aan de daadwerkelijke aanpak van actuele maatschappelijke vraagstukken. En dat doen we met verve en van harte, ook in het tiende jaar van ons bestaan.

Tijdens het aanstaande kerstreces kunnen we daar even van bijkomen. Maar vooral ook om onze energiebronnen aan te boren voor het jaar dat voor ons ligt. Niet alleen energie om ons werk met toewijding te kunnen doen, maar misschien nog wel meer om niet mee te worden gesleurd in de neerwaartse spiraal van apathie en doemdenken. Want laten we eerlijk zijn: dat gevaar ligt zo nu en dan best op de loer. Want konden we twee jaar geleden nog met een glimlach om de mond nog zeggen ‘met de wereld gaat het slecht, maar met ons gaat het goed’, nieuwe ontwikkelingen en inzichten halen deze schijnbare tegenstelling onderuit. Wereldproblemen als de opwarming van de aarde, het opkomend populisme, mondiale spanningen tussen de grote mogendheden en de ondermijning van het Europese fundament gaan ons dagelijks leven steeds sterker beïnvloeden. Maar adel verplicht. Het verplicht ons om hoop te houden, het goede gesprek te voeren, te blijven zoeken naar nuance en oordelen uit te stellen, respectvol te blijven, niet cynisch of laatdunkend te worden, naar elkaar om te kijken en bereid te zijn om ook ons eigen gedrag aan te passen en natuurlijk met overgave ons werk te blijven doen. Daarnaast hopen wij natuurlijk dat je, tussen al deze overdenkingen door, tijdens de Kerstdagen zult genieten van je dierbaren, van rust, harmonie en het goede der aarde. Want op 1 januari begint weer een nieuw jaar, een jaar lang de tijd om elke dag opnieuw proberen het goede te doen en na elke val weer op te staan. Alleen zo blijven we op de been.

Peter de Leeuwerk

 

Adviseren is best simpel…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Mijn broer heeft een bedrijf. Niet in Nederland, maar in Zuid-Spanje. Ooit begonnen in het vakantiehuisje van onze ouders, maar uitgegroeid tot een onderneming met vele tientallen medewerkers en in zijn segment een belangrijke speler in Spanje, Frankrijk en Italië. Een vreemde paradox is dat naarmate een onderneming groeit, de eenzaamheid van de ondernemer toeneemt. Dat is bij mijn broer dus ook zo. Hoewel afstand en taal intensieve bemoeienis bemoeilijken, is het mijn persoonlijke en professionele missie om die kloof een beetje te overbruggen. En zo moeilijk is dat niet, want eigenlijk komen steeds dezelfde vragen terug. Ik noem er een paar:

“Ik word zo in beslag genomen door dagelijks gedoe en het herstellen van fouten dat ik niet toe kom aan alles wat met morgen en overmorgen te maken heeft. Zo blijf ik achter de feiten aanlopen”. Mijn reactie: “Als je meer dan 50% van je tijd besteedt aan dagelijkse dingen, benoem dan je slimste jonge medewerker, die aan minder dan een half woord genoeg heeft, als je rechterhand. En zorg zelf dat je deur niet al te vaak open staat; alleen dan leren medewerkers hun problemen zélf op te lossen”.

“Ik werk me drie slagen in de rondte, maar aan het eind van de dag ben ik uitgeput én heb ik het gevoel dat ik niets ben opgeschoten”. Mijn reactie: “je moet je zelf gunnen – uit zelfbehoud – dat je wekelijks niet meer dan 30% van je tijd besteedt aan zaken die alleen energie kosten. De andere 70% moet je besteden aan zaken die energie opleveren. Klopt de verhouding niet: neem iemand aan die het wèl leuk vindt. Dat verdient zich razendsnel terug”.

“Ik heb hondstrouwe medewerkers, die al jaren bij mij werken. Ik heb de neiging om ‘het ermee te doen’, maar diep in mijn hart ben ik bang dat ik met hen de oorlog niet win”. Mijn reactie: “Als je je bedrijf ziet als een alternatief voor een gewone baan, dan kun je het met hardwerkende, maar middelmatig presterende medewerkers lang volhouden. Maar wil of moet je als bedrijf groeien – omdat de markt dat afdwingt of omdat je waarde wil creëren – zorg dan dat je op cruciale plaatsen mensen plaatst die kennis en ervaring toevoegen aan je onderneming. Markten veranderen te snel om zelf steeds het wiel te willen uitvinden. En bovendien: een andere plaats in de organisatie, of gewoon een andere baan, is voor werknemers die op hun tenen lopen uiteindelijk meestal ook een grote opluchting”.

“Omdat mijn bedrijf groeit, kom ik steeds geld tekort. Leveranciers limiteren hun krediet, mijn maandelijkse operationele kosten worden steeds hoger, mijn klanten betalen steeds later en de groei van mijn bankkrediet ijlt altijd na”. Mijn reactie: “Het rustig houden van schuldeisers, het minutieus plannen van betalingen, ook nog op basis van onzekere inkomsten en het opjagen van debiteuren kosten onnoemelijk veel tijd en energie, vaak van de ondernemer zelf. Tijd en energie die niet aan andere, in feite veel belangrijker onderwerpen kunnen worden besteed. Maak dus altijd een voortschrijdende liquiditeitsplanning voor ten minste 12 maanden vooruit. Onttrek geen middelen aan je werkkapitaal voor andere zaken, bijv. bijzondere investeringen, en trek nieuw kapitaal aan als je het nog niet nodig hebt; dat is niet alleen makkelijker, maar je staat ook sterker”.

Eigenlijk is dat alles. Daarom is adviseren best simpel. Maar het moeten doen is vele malen moeilijker. Misschien staat of valt een goed advies wel door zijn overtuigingskracht: het zelfvertrouwen dat de ondernemer krijgt waarmee hij eindelijk uit zijn eeuwige spagaat kan stappen. Als mij dat lukt, is mijn missie geslaagd. Elke dag waarop ik deze sensatie beleef, met welke onderneming of organisatie dan ook, is voor mij dan ook een welbestede dag.

Nieuwsgierig naar dat bedrijf van mijn broer? Het is geen geheim hoor, ga naar http://www.grupoerik.com/. Dan weet je in elk geval dat mijn broer Erik heet. Over een paar weken, als hier de herfst definitief is ingetreden, moet ik beslist weer eens poolshoogte gaan nemen 😉

Peter de Leeuwerk

 

Thuis…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

‘De kunst van het leven is thuis te zijn alsof je op reis bent’ las ik ooit ergens. Als iedereen zich deze leefregel eigen zou maken, zou de opwarming van de aarde, de ‘verloedering’ van prachtige oude binnensteden en mooie natuurgebieden in elk geval een halt worden toegeroepen. Maar de praktijk is anders: hele volksstammen maken zich weer op om hun hele hebben en houden voor een aantal weken te verplaatsen, zwarte zaterdagen, jengelende kinderen, overvolle campings en lange rijen bij incheckbalies ten spijt. En ik natuurlijk ook, hoewel ik mijzelf natuurlijk wijs maak dat wij de drukte vermijden en bijna geen foodprint achterlaten. Onzin natuurlijk. Terwijl iedereen weet dat het mooiste van op reis gaan het thuiskomen is. Daarom is die overbekende reclame van Douwe Egberts zo treffend: weer terug in de vertrouwde omgeving. Want wees eerlijk: op het moment dat je dit leest begint toch onmiddellijk dat vertrouwde deuntje in je hoofd te spelen.

Ik ben op dit spoor terechtgekomen door de aandacht die de Duitse filosoof Daniel Schreiber ten deel is gevallen door de verschijning van zijn boek ‘Thuis – de zoektocht naar de plek waar we willen leven’. Schreiber stelt dat we leven in een tijd van collectieve ontworteling. Politiek wordt dat gevoel echter op een verschrikkelijke wijze uitgebuit door rechtspopulisten. Hij stelt daar het volgende tegenover: het antwoord op de vraag hoe je je leven zo kan inrichten dat het als thuis aanvoelt, dus hoe je antwoord geeft op deze collectieve ontworteling, is de individuele ‘verworteling’. Je moet zelf een leven bouwen, zo stelt hij, en je niet laten misbruiken door een sentimenteel verlangen naar een thuis door honger naar macht.

Ook vanuit een ander perspectief is het niet toevallig dat het onderwerp ‘thuis’ momenteel in de belangstelling staat. Ons land kent inmiddels een immens leger aan zzp-ers, veelal professionals die vanuit huis opereren. De rationalisaties van hun ‘vrije keuze’ zijn legio: lekker thuis werken (want wie wil dat nu niet), vrijheid genieten, files vermijden, werken als het je uitkomt, en ga zo maar door. En technisch gesproken kan het ook makkelijk: met een laptop, een smartphone en een internetverbinding is bijna alles mogelijk, en alle apps en computerprogramma’s doen de rest. Maar volgens mij is dat maar een deel van het verhaal; ik geloof namelijk dat juist thuis werken heel eenzaam kan zijn. Want met wie kun je je successen dan vieren, je teleurstellingen en frustraties delen, je professioneel laven, je op je kwetsbaarst tonen, wie durf je zonder buikpijn op je relaties af te sturen, met wie kun je samen eten en lachen, wie maakt er een goeie bak koffie voor je als je druk zit te typen, waar ontmoet je de mensen die oprecht in jou geïnteresseerd zijn en niet alleen in je product en die je accepteren zoals je echt bent en niet zoals anderen willen dat je bent?

Het is bijna 9 jaar geleden dat wij met Tien begonnen. Op een enkeling na zijn we er allemaal nog. Sterker nog: er hebben zich in de loop der tijd anderen bij ons aangesloten. En de uitnodiging daartoe staat permanent open. We hebben een huiselijk en representatief kantoor en worden dagelijks uit de wind gehouden door de beste kantoorondersteuners die we ons maar kunnen wensen. Onze advies- en interim-managementpraktijken verschillen nogal. Om met Daniël Schreiber te spreken: toch zijn we allemaal individueel verworteld in Tien. Vrijheid in gebondenheid en gebondenheid in vrijheid. Je zou het elke autonome professional gunnen. Want laten we eerlijk zijn: gewoon ergens bij horen, ergens een thuis kunnen vinden, is toch een primaire menselijke behoefte. En juist in tijden waarin dat minder vanzelfsprekend lijkt, worden we ons hiervan meer dan ooit bewust. Denk hier maar eens goed over na de komende zomer, wachtend bij een incheckbalie of een tolpoortje. Goede zomer gewenst.

Peter de Leeuwerk

 

Er is een paard aan de gang…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Misschien is het belangrijkste van samenwerken met gelijkgezinde adviseurs dat we elkaar kunnen inspireren en met nieuwe inzichten kunnen voeden. Dat gaat heus niet vanzelf, dat moeten we goed plannen en voorbereiden. Want niemand wil de hoon van zijn collega’s voelen bij een mislukt avontuur of een goede relatie op het spel zetten omdat collega’s op het laatste moment één voor één afhaken. Want laten we wel zijn: iets met of voor collega’s organiseren is nog spannender dan met of voor opdrachtgevers.

Zo was al maanden geleden een happening in mijn agenda gezet met als onderwerp ‘iets met paarden’, en nog wel een hele dag ook. Ik wist dat mijn collega Ine de Leeuw (what’s in a name) veel met dieren heeft – zo heeft zij zich bekwaamd in coachen met paarden – maar om mij nu een hele dag tussen die schichtige, onwelriekende hoefgangers op te houden, leek mij in eerste instantie wel heel veel van het goede.

Maar niets is wat het lijkt, zo heb ik ook deze keer weer ervaren. Want er ging een nieuwe wereld voor mij open. Paarden lijken niet op mensen, maar dat komt bij het coachen van mensen juist heel goed uit. Paarden zijn hypersensitief, communiceren volledig non-verbaal en vertonen een volstrekt authentiek gedrag. De signalen die zij afgeven zijn dus gespeend van elke vorm van vertekening, misleiding of overdondering. Des te indrukwekkender waren die signalen dan ook, niet in de laatste plaats in de vorm van een door een van de paarden afgelegde ‘proeve van bekwaamheid’. De trainster vroeg ons, 13 collega’s, ons op leeftijd op te stellen, van oud naar jong, van rechts naar links (helaas stond ik zelf helemaal rechts.) Op zichzelf niet zo heel moeilijk zou je zeggen. Na enige tijd liep het paardje naar een collega, duwde hem uit de rij en positioneerde hem aan de andere kant van de collega die naast hem stond. Bij nadere analyse bleek dat de betreffende collega niet drie maanden jonger, maar drie maanden ouder was dan de collega naast hem. Onze monden vielen open.

De vraag zou natuurlijk kunnen zijn: ‘leuk, maar wat kun je daar dan mee?’. Waartoe paarden in staat zijn is het gevoel dat een mens heeft helpen uitvergroten. Maar dat niet alleen, een paard helpt voorkomen dat we onze echte gevoelens verbergen of wegrationaliseren, zoals we onszelf dat in de loop van ons leven hebben moeten aanleren om voortdurend aan andermans verwachtingen te voldoen. Werken met paarden kan ons ook helpen om niet te blijven hangen in oeverloze verbale verhandelingen en uit al die teksten die zaken te filteren die ons eigen gelijk bewijzen. In moderne termen gesproken: een paard laat zich niet framen.

Bij het dieper inzicht krijgen in leiderschapsvragen ga ik regelmatig te rade bij border collies en schaapskuddes. Een bezoek aan een manege, onder de bezielende leiding van mijn gewaardeerde collega Ine, gaat vanaf vandaag ook onderdeel worden van mijn repertoire als adviseur van directie- en managementteams. Al was het maar omdat het onze eigen kijk op zaken genadeloos kan relativeren.

Het zal wel niet meer zo lang duren vooraleer ik mijn collega’s op een inspirerende bijeenkomst mag trakteren. Het zal niet meevallen om deze bijzondere ervaring te overtreffen. En dat stinken viel trouwens ook best mee.

Peter de Leeuwerk

 

Inclusieve arbeidsmarkt een fata morgana?

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Daar kan ik kort over zijn. Het antwoord op deze vraag: een volmondig ‘ja’!’. Het is niet meer dan een bezweringsformule om ernstige problemen te bagatelliseren en deze dus niet te hoeven oplossen.

Misschien toch even toelichten. Sinds begin 2015 kennen we de veel besproken Participatiewet, bedoeld om zo veel mogelijk burgers ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ structureel aan betaald werk te krijgen en te houden. Niet alleen de mensen die voorheen toegang kregen tot de Wet Sociale Werkvoorziening (WsW), maar ook de voormalige zgn. Wajongers en niet te vergeten de grote groep burgers in de bijstand. De verantwoordelijkheid hiervoor werd neergelegd bij de gemeenten, uiteraard met oplegging van een efficiencykorting (in mijn ogen altijd een grove diskwalificatie van de partijen die voorheen verantwoordelijk waren, maar dit terzijde). Op straffe van een dreigend boetesysteem kregen werkgevers de opdracht om mensen ‘met een afstand’ in dienst te nemen, waarmee het probleem zich a.h.w. zelf zou oplossen, daarbij geholpen door deze bezweringsformule van landelijke en lokale politieke bestuurders: ’we hebben nu toch een inclusieve arbeidsmarkt?’.

Ik ga mijn gelijk niet halen door te wijzen naar de resultaten die tot nu toe geboekt zijn (die komen bij lange na niet in de buurt van de doelstellingen), maar door te wijzen op een denkfout. Dat er mensen zijn die bijzondere hulp nodig hebben om aan het werk te komen en te blijven, is van alle tijden en alle plaatsen. Dat kan met geen bezweringsformule worden weggenomen. En het aantal is zo groot dat gecumuleerde ‘liefdadigheid’ van werkgevers absoluut ontoereikend is om hen allemaal te kunnen helpen. Werkgevers hebben uiteindelijk maar één belang: de continuïteit – en dus slagkracht, kwaliteit en efficiency – van hun onderneming of organisatie. Daarbinnen is best wel ruimte om initiatieven te nemen die daaraan niet direct bijdragen, maar dat is per definitie marginaal, letterlijk en figuurlijk. En dan nog: als zij al bereid zijn ‘hun verantwoordelijkheid te nemen’, dan doen zij dat alleen als zij daarbij ‘ontzorgd’ worden.

Nu ligt het voor de hand te stellen: ‘dat zien we dan wel, dan passen we het beleid t.z.t. wel weer aan’. Maar ook dat is een denkfout. In de eerste plaats neemt de – ongewenste – tweedeling van de samenleving toe in plaats van af. Neem alleen al de groep jonge mensen ‘met een afstand’; omdat zij door nieuwe regelgeving de maatschappij geen geld meer kosten, zoals voorheen via Wajong-uitkeringen, verdwijnen zij uit de boeken en wordt hun ‘misparticipatie’ niet meer als een probleem gezien. In de tweede plaats verdampt de expertise die in vele tientallen jaren is opgebouwd bij m.n. de sociale werkbedrijven. Als geen andere partij zijn zij in staat vast te stellen waartoe mensen wèl in staat zijn, concepten te ontwikkelen en uit te voeren die de kloof tussen betrokkenen en werkgevers overbruggen (bijv. via allerlei vormen van detachering en jobcarving) en op een zo efficiënt mogelijke manier te markt te bedienen, niet in de laatste plaats omdat zij in staat zijn werkgevers te ontzorgen. Miskenning van hun toegevoegde waarde betekent vernietiging van menselijk kapitaal, kapitaal dat we nu, straks en altijd hard nodig hebben.

Preken voor eigen parochie. Dat zou mij kunnen worden verweten. Ik ben tenslotte voorzitter van de Raad van Commissarissen van UW, het sociaal werkbedrijf van Utrecht. Het zou vreemd zijn als ik niet zou geloven in de kracht en slagvaardigheid van onze organisatie. Maar ik denk dat er veel sociaal werkbedrijven zijn als UW: een onderneming die onder professioneel management (en toezicht natuurlijk) zich al in een heel vroeg stadium is gaan voorbereiden op de effecten van de Participatiewet. En die zichzelf a.h.w. opnieuw heeft uitgevonden om het gehele spectrum aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te kunnen bedienen en op tal van manieren de verbinding met het werkgeversveld te leggen om – natuurlijk tegen lagere kosten dan voorheen – zo veel mogelijk mensen aan het arbeidsproces te laten deelnemen. Niet enkele tientallen of honderden, maar de vele duizenden uitkeringsgerechtigden die de bestanden vullen van middelgrote en grote gemeenten.

De markt pakt dat echt niet zelf op. Daarop toch wachten is niet alleen zinloos, maar zet ons als samenleving op een nog grotere achterstand. En dan zou ook deze wet, net als de wet Werk en Zekerheid en de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie, precies het tegenovergestelde effect hebben dan ermee was beoogd. Dat is niet alleen jammer, het zou verschrikkelijk zijn.

Peter de Leeuwerk

 

Opmaat tot mijn nieuwe boek…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Ik denk dat ik binnenkort weer een boek ga schrijven. Niet omdat ik daar tijd voor heb of omdat ik denk dat iemand het zou willen lezen, maar omdat mijn werk mij in de meest uiteenlopende omgevingen brengt en ik wil voorkomen dat mijn ervaringen vervliegen. Op dit moment ben ik interim-directeur van Het Gelders Orkest, een van ’s lands meest vooraanstaande symfonieorkesten. Het is geen geheim dat het Rijk zwaar heeft bezuinigd op de cultuursector. Zo is de rijksbijdrage voor symfonieorkesten zo goed als gehalveerd, uiteraard met ingrijpende gevolgen voor het kloppend hart van een orkestbedrijf, de musici. Het voert nu te ver om in detail te treden, maar neem van mij aan dat menigeen het bijltje er bij zou hebben neergegooid. Zo niet de musicus. Deze week was ik bij een orkestrepetitie, tussen de puinhopen en het opwaaiende stof van Musis in renovatie. Er klonk gemopper en gemor, maar op het moment dat de dirigent zijn armen ophief voor de eerste maten van Das Lied der Erde van Mahler was er plotseling optimale concentratie en aandacht, om een seconde later te worden gevolgd door de mooiste muziek van de wereld, helemaal voor mij alleen in een verder lege zaal. Wat ik zag was ongeëvenaarde toewijding, passie, beroepseer. Wat zouden veel organisaties daar nog veel van kunnen leren. Zoals andere organisaties weer veel kunnen leren van de tot in perfectie doorgevoerde markt- en resultaatgerichtheid van PCI (dealerbedrijf van printers), van de wendbaarheid van UW (Sociaal Werkbedrijf van gemeente Utrecht), van de overlevingskracht van een in een sterk krimpende markt opererende Hoekstra Krantendruk, van de innovatiekracht van veeverbeteraar CRV, van het hoge inhoudelijke kennisniveau van Waterschap Rijn&IJssel, van de wereldveroverende technologische kracht van Machinefabriek Houdijk, van de toewijding aan studenten van de docenten van Hogeschool Arnhem en Nijmegen, van het vermogen om veelbelovende nieuwe businessmodellen te traceren en tot wasdom te laten komen van Newion Investments, van de durf van de gemeente Delft om het ondernemerschap van haar sociaal werkbedrijf Werkse! echt ruimte te geven. En dan kan ik nog wel even doorgaan…

Wat een prachtig vak hebben wij toch, denk ik terwijl ik dit opschrijf. Dat wij in zo veel keukens mogen kijken. En wat een eer dat wij bij deze – en vele andere – organisaties een kleine bijdrage mogen leveren aan hun ontwikkeling. En wat bijzonder dat wij in staat worden gesteld om suggesties aan te dragen om de minder ontwikkelde competenties van organisaties te versterken. We doen dan ook niets liever. Maar er komt een moment dat ik het ga opschrijven. Met deze blog heb ik daarvoor het fundament gelegd.

Peter de Leeuwerk

Van zekerheid naar inzetbaarheid…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Recent onderzoek van Randstad laat zien dat werknemers nog steeds groot belang hechten aan zekerheid. Ik weet niet wat het profiel van de respondenten was, maar het lijkt erop dat de nog steeds oprukkende flexibilisering van de arbeidsmarkt zich aan hun waarneming heeft onttrokken. Natuurlijk mag iedereen zelf bepalen wat hij of zij belangrijk vindt, maar de vraag is wel of deze ‘valse hoop’ hen veel verder brengt. Ik denk het eigenlijk niet. Het streven naar zekerheid blijkt in de praktijk eerder een blokkade om de regie van de eigen ontwikkeling zelf ter hand te nemen. Tot het station waar nog kan worden overgestapt op een andere lijn definitief is gepasseerd. En dan ‘moet’ men nog minimaal tien jaar. Verspilling van arbeidspotentieel, maar vooral ook van levensgeluk.

Voordat ons bureau het levenslicht zag (in 2010) werkten de meeste Tieners in dienstverband. Toch zetten wij de stap naar zelfstandigheid. Niet eens omdat we wel wisten dat zekerheid een relatief begrip is, maar vooral omdat we zochten naar nieuwe mogelijkheden om het beste uit onszelf te halen, om progressie te maken in onze professionele ontwikkeling. Want zelfstandigheid impliceert dat je vol met de kop in de wind komt, geen brede rug hebt om je achter te verschuilen, en er geen brood op de plank komt als een opdrachtgever voor een ander kiest. Misschien wel meer dan in het verleden ervaren wij de prikkel om te werken aan onze eigen professionele bagage, aan de relatie met de opdrachtgever, aan een meer dan perfecte uitvoering van onze opdrachten. Deze houding heeft ons aan tafel gebracht bij tal van vooraanstaande opdrachtgevers en hen het vertrouwen gegeven dat hun vraagstukken bij ons in goede handen zijn. En er voor gezorgd dat wij ook onder slechte economische omstandigheden de schoorsteen hebben kunnen laten roken.

Is dat dan alles? Nee, het belangrijkste moet nog komen. Want uit hetzelfde onderzoek van Randstad blijkt dat ‘een prettige werksfeer’ een goede tweede is. We hadden natuurlijk in ons eentje op onze zolderkamer kunnen gaan zitten. Maar wij hebben gekozen voor een gezamenlijk dak, letterlijk en figuurlijk. Om het beste uit jezelf te halen en de best denkbare prestatie te leveren, heb je collega’s nodig. Collega’s die naar je luisteren, die met je meedenken, met je meedoen, bij wie je je hart kunt luchten en die je opbeuren als dat nodig is. Om je aandacht volledig op de opdrachtgever te kunnen richten, heb je secretariële en administratieve ondersteuning van het hoogste niveau nodig. Om prettig te kunnen werken en relaties te kunnen ontvangen, heb je een representatief kantoor nodig. Om een beetje op te vallen tussen al die andere adviseurs, heb je een gezicht nodig. Zie hier de bestaansgrond van Tien organisatieadvies. Natuurlijk zijn aan deze keuzes kosten verbonden. Maar de praktijk wijst inmiddels al meer dan 5 jaar uit dat deze zichzelf meer dan terugverdienen.

Naast onze individuele inzetbaarheid werken we ook aan onze collectieve inzetbaarheid. Het zorgen voor vers bloed hoort daar ook bij. Daarom bieden wij ruimte voor nieuwe collega’s, ervaren organisatieadviseurs zoals wij, met dezelfde attitude en behoefte aan ‘vrijheid in gebondenheid’, maar met complementaire expertise en netwerken. Als je dit wat lijkt, kijk dan eens verder rond op onze site (www.tienorganisatieadvies.nl). Zekerheid bieden we niet, maar daar staat heel veel tegenover.

Peter de Leeuwerk

Decentraliseren met vertrouwen…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Hoe zal 1 januari 2015 de geschiedenisboeken ingaan? Als het einde van de beklemmende alleenheerschappij van ‘Den Haag’ in het sociale domein of als het begin van een periode van willekeur en rechteloosheid van hen die van zorg aan aandacht afhankelijk zijn: onze jeugd en hun verzorgers, ouderen en langdurig zieken en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Feit is dat de Grote Decentralisaties die op 1 januari van kracht zijn, een historische trendbreuk markeren, een trendbreuk van de ‘zorgzame overheid’ naar de zelfredzaamheid van individuen en de gemeenschappen waarvan zij onderdeel uitmaken. Onvermijdelijk of niet.

Je kunt geen krant of tijdschrift openslaan, geen praatprogramma beluisteren of seminar bijwonen of het gaat over de hervormingen in het sociaal domein. Gelardeerd met tranentrekkende incidenten, tot aan het privédomein van de verantwoordelijke staatssecretaris zelf toe, wordt een periode van grote rampspoed in het vooruitzicht gesteld. En in veler ogen zou dat het directe gevolg zijn van de decentralisaties: er is veel te weinig geld beschikbaar, de gemeenten hebben de mensen en deskundigheid niet, er ontstaat ongelijke behandeling in gelijke situaties, de verzekeraars krijgen alle macht, het ontstaan van wijkteams zorgt opnieuw voor bureaucratisering, maar nu op lokaal niveau, enzovoort, enzovoort. Afijn, u heeft het zelf ook allemaal kunnen lezen en horen. Aan een bewindspersoon die durft te zeggen dat het allemaal best mee zal vallen en dat het nu eenmaal noodzakelijk is, valt de nodige hoon ten deel: ‘nu gaat hij het ook nog bagatelliseren!’.

Dankzij een van mijn favoriete beschouwers van ontwikkelingen in het politieke en maatschappelijke domein, NRC-columnist Marc Chavannes, stuitte ik in mijn zoektocht naar achtergronden en betekenissen op een recente lezing van prof. dr. Wim van de Donk thans commissaris van de Koning in Noord-Brabant), de 11e ROB lezing gehouden op 12 november jl. De titel van deze lezing luidt: ‘De centralisatie in openbaar besturen, over dunne denkramen, pertinente pragmatiek en ambivalente ambities’. Als tegenwicht tegen incident-gedreven populisme m.i. verplichte kost. Ik doe de inhoud ongetwijfeld ernstig te kort, maar wat mij is bijgebleven is het volgende. Veel te weinig wordt onderkend dat zorg een zgn. relational good is: een goed dat in feite pas ontstaat in de interactie tussen zorgvrager en zorgverlener. Het is dus geen goed dat zo maar op een simpele markt kan worden verhandeld of kan worden dichtgetimmerd door wet- en regelgeving. Zeker in periodes van grote onzekerheid – en daarin leven we nu eenmaal – is essentieel onderdeel van de decentralisatievraag ‘hoe politiek, samenleving en bestuur om moeten gaan met de onverwachte gevolgen die voortkomen uit interactie, interdependenties en de interferenties die inherent zijn aan complexe systemen’. En juist dat ziet de centrale overheid categorisch over het hoofd, zo stelt hij. Er wordt a.h.w. centralistisch gedecentraliseerd, vanuit het bestaande denkraam van de centrale overheid. Hij refereert aan het ‘dochter op kamers syndroom’: wel op kamers maar elke avond bellen. Alleen al door te suggereren dat de vinger aan de pols wordt gehouden en ‘fouten’ zullen worden ‘hersteld’ (in de praktijk meestal op basis van de door de media uitvergrote incidenten), ontneemt dit de vele partijen die in gezamenlijkheid het ‘product’ zorg dagelijks tot stand brengen, de adem om vanuit een ander kader te gaan denken en handelen. Daardoor wordt een fundamentele herinrichting van de zorg eerder geblokkeerd dan bevorderd en bereikt de centrale overheid het tegenovergestelde van wat zij wil. Want, zo stelt Van de Donk, ’we zullen moeten accepteren dat de vele maatschappelijke organisaties, professionals, ondernemers en niet te vergeten de burger zelf, een doorslaggevende rol gaan spelen in de vormgeving van de zorg en de participatie in arbeid en samenleving’. Een overheid die dit niet uitdraagt, neemt zijn burgers dus niet serieus.

Behalve dit inzicht is er daarvoor maar één ding nodig: vertrouwen. Vertrouwen dat partijen, met vallen en opstaan, uiteindelijk oplossingen bedenken die goed en haalbaar zijn. Vanuit onze optiek gezien – we komen bij veel gemeenten en zorgverleners over de vloer – is er ook alle reden om dit vertrouwen te hebben. Op veel plaatsen is het afgelopen jaar keihard gewerkt aan het voorbereiden van de majeure decentralisaties, vanuit een enorm verantwoordelijkheidsgevoel en met een grote toewijding. En tegelijkertijd is men realistisch genoeg om in te zien dat er dingen zullen mislopen en zullen moeten worden hersteld. De grootste succesfactor hierbij is de mate waarin ‘men’ – gemeenteraden, toezichthouders, media – de reflex weten te vermijden dat ‘dit niet had mogen gebeuren’ en dus straffen moeten worden uitgedeeld. Want dat zou de lef in de kiem smoren en ertoe leiden dat het gesprek over de verkeerde onderwerpen gaat.

In mijn rol als voorzitter de Raad van Commissarissen van UW, het sociale werkbedrijf van Utrecht, ben ik nauw betrokken bij het transitieproces ten gevolge van de invoering van de Participatiewet (een van de Grote Decentralisaties). Voor nieuwe WSW-ers is de deur definitief op slot, de rijksbijdrage per arbeidsplaats daalt jaarlijks met vele procenten, ‘ineens’ draagt de organisatie medeverantwoordelijkheid voor geheel andere doelgroepen (ook de WA-jongpopulatie en bijstandsgerechtigden) en moet de organisatie met andere partijen gaan samenwerken dan voorheen en ga zo maar door. Hoewel de toekomst ongewis is en onderweg nog veel moet worden opgelost: UW is er wel klaar voor. Menig onderneming zou zich bij zo’n game changer achter de oren moeten krabben. En overigens niet alleen op eigen kracht; ook de gemeente Utrecht heeft op basis van een heldere visie en vertrouwen in de bedrijfsvoering van UW daaraan stevig bijgedragen. Een prachtig voorbeeld van hoe lokale partners nieuwe wegen vinden.

Is er dan geen vuiltje aan de lucht? Helaas wel. Wat ons steeds vaker opvalt, is dat steeds minder mensen steeds meer moeten doen. Bestuurders, managers en medewerkers krijgen het steeds zwaarder. Misschien onvermijdelijk, maar niet zonder gevaar. Gevaar voor de organisaties, maar vooral ook voor de mensen die het moeten doen. Dat zien we dan ook bij onze opdrachtgevers en hun mensen: velen zijn hijgend op weg naar de Kerstdagen. Daarom sluit ik graag af met een persoonlijke kerstwens: rust even uit, neem de tijd om je hoofd leeg te maken en geniet een paar dagen van wat echt belangrijk is in het leven. Om daarna goed uitgerust alle creativiteit en energie aan te boren om onze maatschappij opnieuw in te richten. Want dat is in essentie de opdracht waarvoor we de komende jaren staan.

 

Peter de Leeuwerk

 

 

 

 

 

 

 

Zomerdromen over perfectie…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Wat hebben het boek ‘De Cirkel’ van David Eggers, mijn recente bezoek aan IKEA, het WRR-rapport ‘Naar een lerende economie’ en mijn huidige interim-functie bij de Hogeschool voor Arnhem en Nijmegen (HAN) met elkaar te maken? In elk geval het moment waarop zij in mijn gedachtewereld samenkomen: in de vrije denkruimte die ik elk jaar opnieuw ervaar wanneer mijn vakantie erop zit en de meeste anderen nog weg zijn, op mijn racefiets zoevend over de Betuwse dijken, in mijn achtertuin of in leeg kantoor met Radio4 op de achtergrond. Vaak ongestructureerde flarden van gedachten, waarvan ik naarmate de tijd vordert steeds meer het vermoeden krijg dat er een samenhang tussen bestaat en waarvan ik vermoed dat de cirkel zich als vanzelf sluit zodra ik het ga opschrijven.

Laat ik daar dan ook maar mee beginnen. Het boek ‘De Cirkel’ is een veel besproken Amerikaanse roman waarin aan de hand van de belevenissen van een jonge vrouw een moderne versie van George Orwell’s ‘1984’ gestalte krijgt (u heeft het vast gelezen, want ik kreeg het gevoel dat ik een van de laatsten was). Weliswaar slecht geschreven (volgens mij heet de schrijver gewoon tante Betje), maar daarom niet minder beklemmend belichtend hoe jaloersmakende perfectie geruisloos overgaat in angstaanjagende perversie. En over perfectie gesproken: zoals (bijna) elke ouder met jong volwassen kinderen mocht ik deze zomer mijn fysieke en financiële draagkracht inzetten bij de bekende Zweedse meubelsupermarkt. Bewondering om zo veel slimheid en irritatie over de massaliteit streden om de overwinning. Bijna had de eerste gewonnen, totdat enkele zorgvuldig door mijn dochter geselecteerde artikelen toch niet op voorraad bleken te zijn. Want er hoeft niet veel te gebeuren om de belofte van perfectie in haar tegendeel te doen veranderen. Een perfect concept vereist nu eenmaal een meer dan perfecte uitvoering. Afgelopen voorjaar verscheen het veel- (maar helaas kort-)besproken WRR-rapport ‘Naar een lerende economie’. Ik had het stellige voornemen om mij er in de zomer in te verdiepen. Aldus geschiedde. Dit m.i. perfecte rapport betoogt het volgende: ‘Veranderingen op het gebied van de capaciteiten van mensen en instituties bieden de meeste kansen voor het versterken en vergoten van de responsiviteit van de Nederlandse economie op de lange termijn. Het verdienvermogen van Nederland zal gebaseerd zijn op menselijk kapitaal, op kennis en kunde en op het continu kunnen aanpassen van beide aan nieuwe situaties. Daarvoor is het cruciaal dat kennis kan circuleren, mensen hun capaciteiten kunnen vergroten en werk en leren met elkaar verbonden worden.’ Ook hier: niet alleen wordt duidelijk gemaakt wat er moet gebeuren, maar ook hoe het moet gebeuren. Dubbele perfectie dus: in visie èn uitvoering. En dat tegen de achtergrond van de notie dat in een steeds transparanter en onderling verweven wordende wereld, waarin talloze economieën met een historische achterstand in zeer rap tempo dichterbij komen, het verschil schuilt in de details, dus in de perfecte uitvoering.

Bij de HAN heb ik het afgelopen jaar als kwartiermaker en interim-directeur mogen bouwen aan het zgn. Centrum voor Valorisatie en Ondernemerschap (CvVO), helemaal in de geest van het WRR-rapport: ‘kennisinstituten zo organiseren dat ze voldoende interacteren met hun omgeving om kennis structureel alle kanten op te laten stromen’. Ik werd nog enthousiaster over waar wij mee bezig zijn na het lezen van de volgende passage in het WRR-rapport: ‘Wat we voor elkaar moeten zien te krijgen is kennisontwikkeling gebaseerd op samenspraak, waarbij maatschappelijke vragen aanleiding vormen tot onderzoeksvragen, en waarbij deze kennis aan verschillende partijen in de samenleving ter beschikking wordt gesteld – waarbij alle mogelijke disciplines een rol kunnen spelen, van materiaalkunde tot sociale psychologie.’ Want met onze projecten rond actuele thema’s als ‘zorg’, ‘huisvesting’ en ‘ondernemerschap’ zitten we ook op dat spoor.

Heb ik dan helemaal geen zorgen? Toch wel, en dan met name over drempels die een perfecte uitvoering van een perfect plan belemmeren: hoe om te gaan met de spanning tussen onderwijs- en valorisatieprocessen, met de spanning tussen lange-termijngerichtheid en korte-termijnfinanciering, met de spanning tussen keuzes moeten maken en alles interessant vinden, met de spanning tussen relatie- en doelgerichtheid. Gelukkig zie ik veel mensen om mij heen die het meer dan de moeite waard vinden om dagelijks hun bed uit te komen om deze Echternacher processie voort te zetten.  Want dat is het: twee stappen vooruit, één achteruit.

Tot slot een in elk geval voor mij geweldige eyeopener uit het WRR-rapport. Ons handelssucces in de zeventiende eeuw is niet zozeer het gevolg van ons collectieve instinct om de wereld te verkennen, maar simpelweg het gevolg van een technologische doorbraak. Een timmerman ontwikkelde een krukas om de ronddraaiende beweging van een molen om te zetten in een heen-en-weer beweging van de zaag. Zagen werd daardoor maar liefst veertig keer zo productief, waardoor scheepswerven in Nederland een schip in negen maanden konden bouwen, iets wat men in andere landen in het geheel niet vermocht. Zo werd de Nederlandse handelsvloot in korte tijd groter dan die van Portugal, Spanje, Engeland en Frankrijk bij elkaar. Niets nieuws onder de zon dus: alleen multidisciplinaire (technologische) doorbraken gericht op het oplossen van maatschappelijke vraagstukken leiden tot groei van het verdienvermogen van Nederland. Dit is geen stip op de horizon, maar de weg die we dagelijks moeten bewandelen.

Peter de Leeuwerk