Gemeenteraadsverkiezingen…

Written by Roeland Buijsse. Posted in Blogs

Gemeenteraadsverkiezingen  1
Mijn voormalig docent politicologie stemt nooit. Nooit gedaan ook. In eerste instantie was dit onbegrijpelijk voor ons als politicologen in spe, maar zijn redenering was dat zijn stem statistisch gezien nooit doorslaggevend was en hij dus met stemmen geen politieke invloed kon hebben. Met andere woorden, hij vond het nutteloos. Ik dacht hier aan toen ik de advertenties en discussies zag over het bevorderen van de opkomst voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Politici maken zich zorgen over een opkomst waarvan de verwachting is dat deze lager wordt dan ooit. Een aantal gemeenten investeert fikse bedragen (Amsterdam € 400K, begreep ik) voor opkomstbevordering. Ik wil dit helemaal niet. Niet alleen vind ik het verspilling van geld en absoluut geen gemeentelijke taak. Maar bovenal, de redenering van mijn voormalig docent in herinnering halend, hoe hoger de opkomst, hoe kleiner de waarde van mijn stem. Wat mij betreft blijft iedereen thuis, breng ik als enige mijn stem uit. Natuurlijk begrijp ik wel dat een hoge opkomst belangrijk is voor de democratie, maar dan moeten partijen maar duidelijk maken dat er iets te kiezen is. Politicologen zijn machtsdenkers. Voor ons zijn opkomstbevorderende maatregelen contrair aan wat wij als stemmers met onze stem willen realiseren: invloed.

Gemeenteraadsverkiezingen 2
Een manier waarmee gemeenten de opkomst willen bevorderen en burgers willen informeren, zijn stemwijzers. Stellingen beantwoorden en je krijgt een advies over welke partij het dichtst bij je opvattingen ligt. Op zich een nuttig instrument. Althans voor de landelijke verkiezingen. Voor de raadsverkiezingen gaat het nergens over. De reden is dat in de verkiezingsprogramma’s van de partijen op lokaal niveau niet of nauwelijks begrotingen staan. De programma’s zijn in feite wensenlijsten, geen rekening houdend met de financiële gevolgen. Ik weet nog goed dat bij de partij waar ik ooit lid van was op een alv het verkiezingsprogramma werd besproken. In het programma stond een bezuiniging opgenomen op cultuur. Tijdens de vergadering werd deze bezuiniging door de ledenvergadering uit het programma geamendeerd. De opgenomen bezuiniging werd echter niet opnieuw ingevuld. De partijleider sprak hier achteraf zijn verbazing over uit, maar voegde er aan toe dat ze toch ook eigenlijk gek waren om een bezuiniging als deze op te nemen. Geen enkele partij deed het. Wat mij betreft is de functie van een verkiezingsprogramma vooral een document waarmee je de collegeonderhandelingen in gaat. Zeker geen document om stemwijzers mee te vullen om objectief advies te krijgen over welke partij het beste bij je past. Dat is een illusie.

Roeland Buijsse

Onderwijs en bedrijfsleven samen vooruit…

Written by Erwin van Rooijen. Posted in Blogs

Ik blijf me erover verbazen. Waarom is het voor het onderwijs en het bedrijfsleven nog steeds zo moeilijk om zich in elkaar te verplaatsen? Waarom is er zo veel wederzijds onbegrip? Waarom zijn er nog steeds de bekende en voorspelbare vooroordelen? Het thema en de problematiek zijn zo oud als de weg naar Rome.

‘Ze kunnen nog geen hamer vasthouden als ik ze hier binnen krijg …’.
‘Bedrijven hebben er geen idee van hoe het op een school werkt, wij hebben wel eerst tijd nodig om onze leerlingen op te leiden …’.
‘Zelfs de meest basale sociale vaardigheden hebben ze niet: op tijd op het werk zijn, correcte kleding …’.

In mijn werk kom ik het nog regelmatig tegen, dit type uitspraken. Voor een deel begrijp ik het wel. Het is inderdaad zo dat het (beroeps)onderwijs opleidt voor ‘de arbeidsmarkt van morgen’, terwijl het bedrijfsleven vandaag en het liefst gisteren jonge mensen nodig heeft met de thans benodigde competenties en vaardigheden. Het competentiegericht onderwijs (een combinatie van kennis, vaardigheden en gedrag) probeert tegemoet te komen aan deze behoefte, maar kan dit slechts ten dele.  En natuurlijk zijn het andere werelden met verschillende culturen, verschillende mensen, verschillende deelbelangen. Ik zeg nadrukkelijk deelbelangen, omdat er op de eerste plaats natuurlijk een overkoepelend gezamenlijk belang is: een goed functionerende kenniseconomie en een daarmee samenhangende, goed functionerende arbeidsmarkt. Dat weet men ook wel van elkaar. Maar het blijft lastig, het blijft schuren.

Toch is er alle reden tot optimisme. Ik zie in mijn werk zeker ook de nodige vooruitgang in de vele, creatieve en innovatieve pogingen van onderwijs en bedrijfsleven om daadwerkelijk bruggen te slaan, om de samenwerking te verbeteren en te intensiveren. Er zijn steeds meer activiteiten en projecten waarbij onderwijs en bedrijfsleven wel degelijk naar elkaar toe groeien, elkaar beter proberen te begrijpen en de handen ineen slaan. Dat is goed om te zien en het is mooi om daaraan een bijdrage te mogen leveren.

Zo werk ik regelmatig voor Het Platform Beroepsonderwijs (HPBO), dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het Innovatiearrangement: VMBO scholen, ROC’s, Hogescholen en bedrijven werken samen aan innovatieve projecten, die gericht zijn op een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt, een betere doorstroom van leerlingen in de beroepskolom en aantrekkelijker en competentiegericht onderwijs. In totaal zijn er 180 projecten in vele soorten en maten, variërend van ‘het puberbrein als innovatiekans’ tot ‘fashion connection: samenwerken in de modeketen’. Het is buitengewoon inspirerend om leerlingen, professionals uit het onderwijs en uit het bedrijfsleven enthousiast te horen vertellen over de geboekte resultaten en om hen te begeleiden in het delen van kennis en ervaringen. Dat laatste gebeurt in een reeks door het HPBO gefaciliteerde masterclasses onder de titel ‘Vermogen tot Vernieuwen’.
Ook heb ik de laatste tijd gewerkt voor TechniekTalent.nu, een samenwerkingsverband van werknemers- en werkgeversorganisaties voor acht technische bedrijfstakken met maar één doel: meer instroom en behoud van (jonge) mensen in de techniek. In vele projecten en samenwerkingsverbanden trekken onderwijs en bedrijfsleven samen op vanuit deze gedeelde ambitie. Als adviseur heb ik binnen TechniekTalent.nu gewerkt rond het programma Technet, dat de regionale samenwerking tussen bedrijven, basisonderwijs en (V)MBO scholen bevordert. Hier werd ik ook aangenaam verrast door de betrokkenheid en bevlogenheid van de verschillende betrokken partijen uit onderwijs en bedrijfsleven.

Natuurlijk is er nog steeds onbegrip, natuurlijk zijn er nog steeds vooroordelen en cultuurverschillen, natuurlijk blijven onderwijs en bedrijfsleven verschillende werelden. Maar de vele ‘best practices’ die gericht zijn op samenwerking en wederzijds begrip stemmen mij hoopvol. Het inspireert mij dan ook om in mijn werk een bijdrage te kunnen leveren aan deze samenwerking. Onderwijs en bedrijfsleven moeten en kunnen samen vooruit.

Erwin van Rooijen

Minder is Meer…

Written by Erwin van Rooijen. Posted in Blogs

In mijn werk als adviseur gaat het vaak om kennis, tempo, planning, actie, scherpe analyses, sterke verbale vaardigheden en stressbestendigheid in een hectische omgeving. Wij werken veel ‘met het hoofd’, zoals dat heet. Juist daarom is het zo belangrijk om af en toe even een stapje opzij (niet terug) te zetten, de stilte op te zoeken, te luisteren naar het hart en te reflecteren op wat ons nou echt drijft. Dat heb ik onlangs weer mogen ervaren tijdens de driedaagse retraite en training ‘Minder is Meer’. Een mooie start van het nieuwe jaar.

‘Minder is Meer’ wordt aangeboden en begeleid door Springteam (www.springteam.info). Hier heb ik de afgelopen jaren verschillende trajecten gevolgd in het kader van ‘zelfonderhoud’, zo nodig voor ons als mens en dus ook als professional. Dat ‘zelfonderhoud’ raad ik iedereen van harte aan.

Minder is Meer is ‘werken in de Werkplaats voor de Geest’, zoals Springteam het noemt.

“Ben jij iemand die op de één of andere manier contact heeft met je diepste weten, maar tegelijkertijd voelt dat het allemaal zo vluchtig is, zo onderhevig aan het tempo van moeten, doen en acties? Dan heb je wellicht behoefte om vanuit stilte tot bezinning op dit diepste weten te komen”,

zo is te lezen op de website van Springteam. Daarover gaat ‘Minder is Meer’. Het gaat over verdieping.

Naast enkele meditatieve en spirituele oefeningen komen ook de werkgerelateerde verhalen aan bod. In een kleine groep met gelijkgestemden wordt alle tijd en rust genomen om wezenlijke zaken tot in de kern uit te diepen. Soms lijkt het op intervisie, soms zijn het gewoon intensieve gesprekken. Het is leren van elkaar en van jezelf. Ook is er volop ruimte voor ontspanning, creativiteit, beweging, vrije tijd en stilte. De retraite vond plaats op het prachtige landgoed Welna, midden op de Veluwe. De ideale omgeving voor deze vorm van training en introspectie.

Wat voeg ik als mens en dus ook als adviseur nou echt toe aan de wereld? Waarom ‘doe ik ertoe’? Waarom willen anderen met mij samen zijn, samen met mij werken?

Met deze en andere vragen begon ik aan de training. Geen vragen met vastomlijnde antwoorden. Wel ontwikkelt zich gedurende de training een beeld van de richting en de inspiratiebronnen in jezelf waaruit mogelijke antwoorden zich aandienen en ontvouwen. Die ervaring gun ik iedereen en wil ik ook graag met anderen delen.

Het ‘grote werk’ is nu om de ervaringen en inzichten vast te houden, ook in de waan en hectiek van de dagelijkse praktijk. Door periodiek zelfonderhoud groei ik als mens, groei ik als professional. Daardoor kan ik iets toevoegen aan de wereld. Want Minder is Meer.

Erwin van Rooijen

Hart voor de publieke zaak

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Zo luidt onze zogenaamde  ‘pay-off’. Hij staat op ons briefpapier, onze sheets, onze site en ga zo maar door. Hoewel ook wij, zeker in een complexe opdracht waarin veel weerstanden moeten worden overwonnen en het soms lijkt alsof persoonlijk belang groter is dan maatschappelijk belang, wel eens de neiging hebben om ‘hart’ als ‘hard’ te willen lezen, is dat al vier jaar lang de kern van een groot deel van ons werk: het met hart en ziel ondersteunen van mensen en organisaties die de publieke zaak dienen, het cement tussen de stenen van onze samenleving.

Onze Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer – de man die op zo’n treffend ingetogen manier de gevestigde bestuurlijke orde uit het veld weet te slaan – hield afgelopen week zijn afscheidsrede. Hij stelde dat burgers voor politici schimmige wezens zijn, die ze vooral langs zien komen via de sociale media of te dom zijn om te doen wat de overheid van hen verlangt (bijv. het CPB verslaan). “We hebben behoefte aan politici die burgers de ruimte geven en vervolgens op hun handen durven zitten”, zo betoogt hij.

Maar wat moeten wij dan als de overheid zelf zich in een harteloze staat bevindt? En voor wie het compromis niet meer een middel maar een doel op zichzelf is geworden? Decentraliseren van beleid en uitvoering kan prima werken, maar niet als tal van second thoughts, inconsistente maatregelen gebaseerd op uitvergrote incidenten, te weinig middelen en veel te late duidelijkheid een goede uitvoering op voorhand in de weg staan. Zie de langdurige zorg, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, het pensioenbeleid en ga zo maar door. Op zijn zachts gezegd verdient het allemaal geen schoonheidsprijs en houden velen hun hart vast over hoe dit straks in praktijk moet worden gebracht.

Maar over welke overheid heeft Brenninkmeijer het eigenlijk? Het antwoord gaf hij zelf: “Den Haag moet bereid zijn om te zwijgen”. Over lagere overheden (en burgers) steekt hij zelfs de loftrompet. Zo stelt hij dat de meeste overheidsinstanties ernaar streven de burger fatsoenlijker en rechtmatig te behandelen. Ook de tevredenheid van de burgers over de Nederlandse overheid is de laatste jaren toegenomen.  De vele pogingen, hoe moeilijk ze ook zijn, die gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden, waterschappen, woningbouwcorporaties en  onderwijs- en cultuurinstellingen doen, zorgen ervoor dat ons hart voor de publieke zaak blijft kloppen. Misschien als nooit tevoren, want de opgaven zijn immens en de middelen beperkt.

Afgelopen week ontving ik een keurige brief van mijn eigen gemeente (Overbetuwe). In een smalle groenstrook voor mijn huis staan – al 20 jaar – twee rijen bomen: een rij grote en een rij minder grote. De kleintjes raken wat in de verdrukking, reden waarom de gemeente heeft besloten deze te kappen. De brief bevatte onder meer de passage ‘waarschijnlijk voelt u zich er door overvallen’. Nadat ik de gedachte van mij had afgeworpen dat ik het heel erg moest vinden – een blik naar buiten was daarvoor voldoende – dacht ik: wat een klasse van mijn gemeente. Goede informatie en ook nog rekening houdend met mijn gevoel. Wat mag een burger nog meer verwachten.

Met het gevoel dat in het huidige tijdsgewricht de publieke zaak belangrijker is dan ooit èn dat, ondanks alle incidenten, veel meer goed gaat dan verkeerd, rusten wij een paar weken uit om daarna met vernieuwde energie ons wederom hard te maken voor bestuurders, ambtenaren en leraren  met hart voor de publieke zaak.

Wij wensen u goede Kerstdagen en een voorspoedig 2014.

Peter de Leeuwerk

Privacy

Written by Roeland Buijsse. Posted in Blogs

Er is wat ophef ontstaan over de nieuwe bonuskaart van Albert Heijn. Waar de huidige bonuskaart anoniem is en dus het koopgedrag van alle klanten gezamenlijk meet, is de nieuwe bonuskaart persoonlijk. Dit betekent dat je alleen toegang tot kortingen krijgt als je je koopgedrag laat monitoren. Deze informatie is immers geld waard. De korting is de wederdienst. Er is kritiek op de handelwijze van Albert Heijn omdat het inbreuk op de privacy maakt. Ik vind dit wel meevallen. Ten eerste kun je zelf kiezen of je naar Albert Heijn gaat of naar een andere supermarkt. En als je besluit om naar Albert Heijn te gaan dan kun je zelf bepalen of je wel of geen bonuskaart gebruikt. Ten tweede vermoed ik dat Albert Heijn tamelijk prudent met de informatie om zal gaan. Het is alleen voor eigen gebruik. Albert Heijn zal de informatie niet verkopen en zo te gelde maken.

Dit laatste wordt wel gedaan door bedrijven als Facebook en Google. Websites en mailaccounts waar we met z’n allen alle informatie op gooien en de wijde wereld insturen. Privacy? Hoor je nooit iemand over.

Het lijkt me meten met twee maten en doet me denken aan een ervaring die ik jaren geleden had in een HBO instelling. Ik was ingehuurd om de implementatie van Studielink, een digitale aanmeldmodule voor studenten, te begeleiden. In één van de gesprekken met een opleidingsmanager op haar kamer meldde zij dat ze Studielink niet zo zag zitten omdat de gegevens van studenten dan niet meer veilig waren. We spraken daar even over, totdat zij een telefoontje kreeg en werd weggeroepen. Ik bleef alleen op haar kamer achter. Althans, samen met het studentarchief dat in een kast naast de deur zat met een grote sticker met ‘studentdossiers’ erop. Ik kon het niet laten om even te controleren of de deur van de kast op slot zat. Dit was niet het geval. Ons gesprek over bescherming van privacygevoelige informatie werd na haar terugkomst een stuk makkelijker.

Roeland Buijsse

Onderwijsakkoord 2013: en nu het optimisme vasthouden!

Written by Erwin van Rooijen. Posted in Blogs

Het Nationaal Onderwijsakkoord 2013 is een belangrijke stap vooruit. Het is alleen jammer dat de AOB (nog) niet getekend heeft. Het is van groot belang dat de onderwijssector op alle fronten weer nieuwe perspectieven wordt geboden: de nullijn van tafel, nieuwe werkgelegenheid (3.000 jonge docenten erbij), meer en betere carrièremogelijkheden voor jonge en minder jonge leerkrachten, flexibiliteit op de onderwijsarbeidsmarkt, meer tijd voor professionalisering en nascholing, innovatie en bovenal natuurlijk investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Ook ik heb het akkoord nog niet kunnen lezen (dat kan pas na Prinsjesdag), maar er lijken over de hele linie belangrijke overeenkomsten te zijn gerealiseerd. In totaal steekt het kabinet bijna 700 miljoen euro extra in het onderwijs. Dat stemt optimistisch.

Voor alle betrokken partijen is het hierbij nu dé grote uitdaging om niet terug te vallen in de ‘oude reflexen’ en het soms wat verongelijkte gezeur, dat ik in mijn werk toch nog regelmatig tegenkom in onderwijsland (hoewel ik dit vaak ook wel begrijp, geen misverstand daarover).

Het is zaak om het optimisme vast te houden en te vertalen in concrete acties en CAO-afspraken.

Werkgevers en werknemers in het primair onderwijs hebben op dit punt een belangrijke stap voorwaarts gezet. Voor de zomer hebben zij gezamenlijk een grote interactieve dialoog met het veld georganiseerd om daarmee input te genereren voor de komende CAO-onderhandelingen, die moeten leiden tot een nieuwe, meer eigentijdse CAO. Het was voor mij een groot voorrecht en een professioneel feestje om als facilitator een bijdrage te mogen leveren aan dit traject onder de vlag “Mijn werk, Onze scholen met een nieuwe CAO PO”. Ook in de andere onderwijssectoren zijn vergelijkbare ontwikkelingen gaande. Vasthouden!

Een ander aanknopingspunt dat bijdraagt aan het benodigde optimisme is de brief die staatssecretaris Sander Dekker plaatste in de Volkskrant van 2 september jongstleden.

Hoewel ik het niet eens ben met zijn suggestie om middelbare scholieren ondermeer met financiële prikkels te triggeren tot excellentie en hoewel hij een karikatuur maakt van het belang van de hoogte van de eindcijfers op de examenlijsten, straalde zijn appèl aan het onderwijsveld en de samenleving wel het vooruitgangsgeloof uit, dat juist nu zo hard nodig is. Vasthouden!

Want, om de grote pedagoog John Dewey maar eens te citeren: “Als we vandaag onderwijzen zoals gisteren, beroven we onze kinderen van morgen”.

Erwin van Rooijen

Succes in stage

Written by Roeland Buijsse. Posted in Blogs

Nu het nieuwe schooljaar weer begonnen is, krijgen MBO-scholen en hun studenten weer te maken met een vrij hardnekkig probleem, namelijk het vinden van voldoende stageplekken. Naast het aantal plekken gaat het daarbij ook om zo hoogwaardig mogelijke stageplekken. De stage moet immers toegevoegde waarde hebben voor de student, voorbereiden op de beroepspraktijk, met andere woorden aansluiten op de kennis en vaardigheden van de student. Met name dat laatste is best een probleem. Niet zelden wordt een stagiair ingezet op laagwaardige werkzaamheden waar toevallig ‘extra handjes’ voor nodig zijn. Begrijp me niet verkeerd, dit is echt niet altijd zo, maar elke keer is er één te veel. Een goede stage moet onderdeel zijn van het leren. Goede begeleiding aan de kant van de school en het bedrijf is essentieel. Alleen, vaak blijft het bij bovenstaande constatering en volgt weinig actie.

Het kan ook anders. In mijn werk kwam ik in aanraking met MBO Utrecht, in het bijzonder de opleiding voor Eventmanagement. Ook deze opleiding had een paar jaar geleden te maken met kwalitatief te magere stages. In reactie hierop heeft de opleiding een eigen leerbedrijf gestart: Eventlab. De bedoeling van Eventlab is het bieden van echte praktijkmogelijkheden voor de eigen studenten met toegevoegde waarde voor de klant. Een echt bedrijf dus, waarbij het geleerde ook nog geïntegreerd wordt in het curriculum in de vorm van lessen in ondernemerschap.

Jaarlijks worden ongeveer 40 projecten uitgevoerd waar alle studenten tenminste één maal in deelnemen. Uit evaluaties blijkt dat studenten de stages hoger waarderen dan voorheen. Nog interessanter is dat 87% van de bedrijven die met EventLab hebben gewerkt, zeer tevreden zijn over de kwaliteit van EventLab. Ook docenten zijn tevreden en zijn alert op potentiële projecten voor Eventlab.

Kortom, meerdere vliegen in één klap. Ik hoop dit jaar meer van dit soort voorbeelden te zien.

Roeland Buijsse

Onthaasten…

Written by Roeland Buijsse. Posted in Blogs

Ik woon in Leiden en vlakbij zit een slager. Deze slager bestaat al ruim 100 jaar en het is net of er in die 100 jaar niets is veranderd, niet in het uiterlijk, maar vooral niet in werkwijze. De slager is één groot anachronisme. Ik heb een haat/liefde-verhouding met de slager. Op zaterdagmiddag staat de rij tot buiten, dat komt niet alleen door het grote aantal klanten maar vooral doordat alles op z’n elfendertigst gaat. En ik heb altijd haast. Oh wat confronteert deze slager me met mezelf.

Het gedrag van de medewerkers van de slagerij werkt op mijn zenuwen. Ze helpen namelijk een klant ook echt zoals het hoort. Je moet het meemaken om het te geloven. Het is verschrikkelijk. Natuurlijk maakt de slager geen gebruik van nummertjes. Bij elke bestelling krijg je drie wedervragen die ten dele over je bestelling gaan, maar net zo goed over een mogelijke glutenallergie kunnen gaan. Alles wordt ter plekke gesneden, gemaakt e.d. en dat allemaal onder een ontspannen conversatie met de klanten en elkaar. De medewerkers moeten continu op elkaar wachten voordat ze het onhandig gepositioneerde verpakkingsplastic kunnen gebruiken, dat by the way, weer zo ver mogelijk weg van het verpakkingspapier ligt. Af en toe wordt een klant meegenomen naar achter om zelf wat vlees uit te zoeken en na 5 minuten komen ze doodgemoedereerd weer naar voren, op het oog zonder enig resultaat. Hamburgers liggen al voorbereid klaar, maar ze maken ze toch nog liever even opnieuw klaar.

Daar komt nog bij: Ze zijn vriendelijk!! Oh mijn god. Als je je bestelling al verpakt aangenomen hebt, wordt nog geïnformeerd of je niet toch nog wat kruiden erbij wilt en wordt net zo makkelijk alles weer uitgepakt en opnieuw ingepakt.

De slager heeft  natuurlijk geen pinautomaat. Daar kwam ik de eerste keer dat ik er heen ging achter, maar niet getreurd want 200 meter verderop is een pinautomaat en de medewerker die me hielp wachtte gewoon 5 minuten totdat ik weer terug was zonder een nieuwe klant te gaan helpen. En ach, betalen dat is ook maar relatief. Laatst betaalde een klant € 3,50 extra want dat was hij bij een vorig bezoek tekort gekomen. Was ergens 3 maanden geleden, maar goed.

Oh, wat gaat het langzaam, oh wat kost het een tijd, maar wat is het heilzaam. Wat kom ik er altijd volkomen ontspannen vandaan. Het kwartier dat ik doorgaans moet wachten, is een yogales en een kuuroord ineen. Dit is onthaasten, en ik krijg er ook altijd een stukje worst bij.

Roeland Buijsse

Zomerse plannen en gedachten

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

De zomer staat traditioneel bol van het triviale nieuws. Serieuze kranten berichten uitvoerig over zomerfeesten, het NOS journaal geeft buitenlandcorrespondenten de ruimte om ludieke items te maken, het weer wordt vergeleken met de economische crisis – een beetje kil en elke mooie dag wordt weer opgevolgd door een paar grijze dagen, de Tour de France is tijdens zijn eerste drie dagen één grote reclamespot voor Corsica, de avondetappe van Mart Smeets wordt elke avond wederom door honderdduizenden mensen bekeken – zelfs als Mart het te langen leste toch eens serieus gaat hebben over dopinggebruik – en de persoonlijke gesprekken op kantoor en in de kleedkamer van de sportschool gaan uitsluitend nog over onze bijzondere vakantieplannen. Niet dat we er maar iets van opslaan, maar smullen doen we. Ik net zo goed.

Wat is dat toch, dat we in de zomer bereid zijn ernstige zaken te laten ‘overzonnen’ door op zichzelf onnozele dingetjes en daarin bijna eindeloos kunnen zwelgen? Verstoppen we ons voor het echte leven omdat we het niet goed aan kunnen, zijn we gewoon niet in staat hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden of is een touretappe gewoon belangrijker dan de idiote ideeën van sommige wethouders dat persoonlijke verzorging van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving ook door werklozen en vrijwilligers kan worden gedaan? Eerlijk gezegd weet ik het niet en schrijf ik het maar toe aan de onnavolgbaarheid van de menselijke geest, die ook mijn geest is.

Dus dan maar in deze geest een zomers bericht over mijn eigen plannen en gedachten. Voor wat u het als lezer waard vindt. Samen met andere liefhebbers organiseer ik orgelconcerten in de Grote Kerk van ‘mijn’ Elst. Op 7 juli speelt onze ‘artist in residence’ Dirk Luijmes. Hij heeft mij beloofd dat hij ook muziek van Bach speelt, de mooiste muziek die ooit is gemaakt. Diezelfde Bach brengt ons deze zomer naar Leipzig; ik wil een keer zijn waar deze grootheid zijn geweldige muzikale nalatenschap heeft gemaakt en zelf ten gehore heeft gebracht. Over muziek gesproken: aan het einde van de vakantie zet mijn koor Poco Piú ‘Ein Deutsche Requiem’ van Brahms weer op de lessenaar; op woensdag 4 september mogen wij dit monumentale werk uitvoeren in de Arnhemse Eusebiuskerk. Een geweldig vooruitzicht. Ook maak ik mij druk om mijn sportieve prestaties. Zo probeer ik nu eindelijk de golfsport enigszins onder de knie te krijgen. Het stelt natuurlijk nog niet zo veel voor, maar aan het eind van de zomer wil ik eindelijk handicap 36 kunnen spelen. Zo niet, dan hang ik mijn stokken voor altijd aan de wilgen en ga ik voortaan wat nuttigs doen. Ook ben ik in training voor een fietstocht voor de ziekte ALS; begin september fiets ik op mijn racefiets mee voor dit goede doel: twee dagen achtereen 180 km, hopelijk in een goed wiel. Veel zitvlees kweken dus. Doe ik dan helemaal niets serieus? Jawel, elke zomer voer ik een reeks ‘zomerse gesprekken’ met bevriende relaties, waar ik niet alleen veel plezier aan beleef maar waarvan ik ook altijd weer wijzer wordt. Deze gesprekken staan dit jaar in het teken van ‘de organisatie na de crisis’. Ik schrijf er te zijner tijd vast een keer een blog over.

Zo werkt het menselijk brein kennelijk: het is een ratjetoe. Maar dat mag in de zomer.

Peter de Leeuwerk

Weg met de ‘prikkelgestuurde’ laag

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Als econoom heb ik geleerd dat het menselijk gedrag wordt bepaald door het streven naar maximale  behoeftebevrediging. En dat dientengevolge zijn gedrag wordt gestuurd door de prikkels die hem dichter bij dit doel brengen. Deze basisgedachte ligt, meestal onuitgesproken, onder tal van politiek-bestuurlijke opvattingen, zeker op dit moment. Bonussen van bankiers moeten worden gemaximeerd om hen te prikkelen om minder risico’s te nemen. De hypotheekverstrekking wordt aan banden gelegd om huizenbezitters te prikkelen om zich niet te overeten aan hoge schulden. De WW-duur moet worden beperkt en uitkeringen moeten omlaag, omdat mensen dan sneller op zoek zouden gaan naar werk. De verstrekking van langdurige zorg gaat naar verzekeraars en gemeenten, omdat zij patiënten en hun verzorgers prikkelen een beroep te laten doen op zelfredzaamheid.

Ik constateer dat ik door deze schier eindeloze redeneringen steeds vaker geprikkeld raak. Zo ook op dit moment, de beraadslagingen in de Tweede Kamer over de langdurige zorg op enige afstand volgend. Onderdeel van het debat vormt de vraag waar ‘de knip’ moet te liggen tussen welke partij welke taak heeft in het verlenen van zorg. Twee zaken stuiten mij daarbij tegen de borst. In de eerste plaats het feit dat het vooral gaat om bekostiging – en de verdeling daarvan – en niet over de patiënt zelf. In de tweede plaats de onderliggende opvatting dat de partij die zorg verleent onvoldoende prikkels zou hebben om de kosten van de zorg binnen de perken te houden. Ik vraag mij dan tegelijkertijd af waarom ik geen enkele moeite heb met het inperken van bankiersbeloningen en salarissen van bestuurders van publieke organisaties; daar gaat het immers ook om prikkels en menselijk gedrag.

Waarom dan toch dit verschil in beleving? Welk mens besluit om bij een bank te gaan werken en welk mens besluit om de zorg of het onderwijs in te gaan? Een verschil schuilt in de vraag voor wie je het eigenlijk doet. Mogelijk wordt het als stigmatiserend beoordeeld, maar toch ben ik er van overtuigd dat een autoverkoper zijn klant niet snel zal adviseren een ov-kaart te nemen in plaats van een auto. Terwijl ik wel verwacht dat een wijkverpleegkundige er veel aan zal doen de patiënt te begeleiden naar een zo groot mogelijke onafhankelijkheid van professionele zorg. Waarom ik dat denk? Niet alleen omdat ik dat gewoon waarneem, maar vooral omdat de betrokkenheid van de zorgprofessional bij het welbevinden van zijn patiënt vele malen groter is dan van een autodealer bij zijn klant en dat van een leerkracht bij zijn leerling vele malen groter is dan van een bankier bij de vermogensontwikkeling van zijn cliënt. Daarom moeten we in de zorg en het onderwijs maar eens ophouden met denken in prikkels en er vooral voor zorgen dat deze professionals kunnen doen waarvoor zij hebben gekozen en wij hen hebben opgeleid.

Misschien verklaart deze analyse ook wel waar en waarom het in de zorg en het onderwijs mis gaat:  deze organisaties worden bestuurd door mensen met een afwijkend prikkelpatroon, waarbij niet de zorg voor de patiënt of leerling, maar zaken als carrière, status en inkomen centraal  komen te staan. Daarmee worden de professionals in een spagaat gebracht tussen patiëntbelang en vermeend organisatiebelang. Het is dus zaak het aantal bestuurders en managementlagen tot een minimum te beperken en te zorgen voor meer dan voldoende tegenwicht. En selecteer hen niet alleen op bestuurlijke kwaliteiten. Maar zorg ervoor dat zij hun territoriumdrift voorbij zijn en hun talenten volledig inzetten voor het belang van hen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Die talenten bestaan. Echt.

Peter de Leeuwerk