De crisis voorbij…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Wij, de dertien mensen van Tien, zijn er mee gestopt, met het praten over de crisis. We weten heus wel dat hij er is, maar het erover praten lost hem echt niet op. Sterker nog: overal om ons heen zien wij de verlammende werking van het meehuilen met de wolven. Veel liever zien wij de crisis, hoe pijnlijk die voor mensen en organisaties ook kan zijn, als een nieuw startpunt. Een startpunt voor een nieuwe zoektocht naar de bestaansgrond van organisaties, voor échte verandering, voor nieuw elan, voor durf. Daar is een crisis óók voor bedoeld: voor het kunnen loslaten van allerlei verworvenheden die er in essentie niet toe doen en voor het opnieuw tot de kern kunnen komen. Daarom nemen wij vanaf nu het woord ‘crisis’ niet meer in de mond.

Onze belangrijkste opdracht is ook in 2013: organisaties nieuwe horizonten helpen vinden en hen in de zoektocht daarnaar begeleiden. Daarin gesterkt door de vaststelling dat er zo veel prachtige voorbeelden van organisaties zijn – zowel in het publieke domein als in het particuliere bedrijfsleven – die op basis van hun innerlijke kracht, visie en vertrouwen de toekomst naar hun hand weten te zetten en succesvol zijn. Díe kruisbestuivingen bewerkstelligen die ertoe leiden dat méér organisaties in beweging komen is, evenals in de afgelopen drie jaar van ons bestaan het geval was, ook in 2013 onze belangrijkste drijfveer als organisatieadviseurs en interim-managers.

Daar zijn wel een paar dingen voor nodig: realiteitszin én optimisme, omgevingsbewustzijn én zelfvertrouwen, doortastendheid én compassie. Deze dingen wensen wij je voor 2013 dan ook van harte toe. Maar eerst even genieten, genieten van je rust, van je dierbaren om je heen, van een goed boek, van mooie muziek, voor even heel wat anders, van het zalig nietsdoen.

Alle Tieners wensen je goede feestdagen.

En toen daalde de waterlijn…

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

“De onderlinge problemen die we momenteel als partners hebben, kenden we vroeger niet” verzuchtte onlangs een mede-eigenaar van een dienstverlenende ondernemer. Om daar aan toe te voegen: “Vroeger was alles koek en ei en nu vechten we elkaar  de tent uit. Hoe kan dat nou?” En toen confronteerde ik hem met een voor hem onthutsende hypothese: “Jullie hebben die problemen altijd al gehad, maar door het succes dat jullie desondanks wisten te boeken, bleef het onbesproken. Nu in deze tijden van crisis het schip minder zwaar beladen is – i.c. de onderneming minder opdrachten heeft en dus veel minder resultaat boekt – komt het schip hoger op het water te liggen en worden tal van butsen, gaten en roestplekken zichtbaar.” En dat was natuurlijk schrikken.

De tijd dat de meeste ondernemingen gedreven werden door één ondernemer, één leider, ligt inmiddels ver achter ons. Ondernemen is dermate complex en de marktresponstijden zijn dermate kort, dat succes steeds afhankelijker is geworden van complementaire teams, of zij nu partnerships, managementteams of co-investeerders heten. Beelden die teamleden van elkaar hebben, en van elkaars kwaliteiten en prestaties, zijn vaak even uitgesproken als onbesproken. Want waarom zou je de kat de bel aan binden zolang de zaken goed lopen? Het is bovendien al druk genoeg, dus waarom zou je energie verspillen aan een lastige discussie?

Prima gedachte natuurlijk, want de strijd moet niet binnen maar buiten worden gewonnen. Maar dan breekt een moeilijker tijd aan: de omzet loopt terug, het resultaat wordt slechter, de financiering begint nijpend te worden en het onderbuikgevoel wordt negatief. En dan begint de zoektocht naar barbertje, want barbertje moet hangen. Die zoektocht is echter maar kort, want  iedereen weet wie barbertje is. Ook barbertje weet dat; hij kan maar één ding doen, en dat is ‘duiken’ (d.w.z. ontkennen, andere voorstelling van zaken geven, heel hard – maar meestal niet effectief – gaan werken). Maar uiteindelijk is er geen ontkomen aan: barbertje wordt opgespoord en terechtgesteld. Logisch toch?

Of misschien toch niet? Ik twijfel erg. Want is het wel verstandig om een al veel langer bestaand intern probleem te gaan aanpakken als de externe problemen op hun hevigst zijn? Heeft de onderneming dan niet letterlijk alle energie die maar beschikbaar is nodig om zich staande te houden? En realiseert men zich eigenlijk wel welk effect gedonder in de tent heeft op de medewerkers en de sfeer in de organisatie, juist nu iedereen een stap harder moet lopen? En is nagedacht over de vraag hoe een scheidingsprocedure financieel moet worden afgewikkeld, juist nu het geld er gewoon niet is? En wat zullen externe financiers doen als de teamleden rollebollend over straat gaan? Nee, ik denk echt dat het in veel gevallen de verkeerde reflex is om in slechte tijden te doen wat in goede tijden had moeten gebeuren: de zondebok slachten. Laat barbertje nog even lopen, blijf hopen op en helpen aan zijn herstel (want ooit voldeed hij immers wel) en zet het onderwerp op een toekomstige, geheime agenda. Pak het op zodra de zaak weer op de rit staat. Ook voor dit soort problemen geldt immers:  it’s all about timing.

Peter de Leeuwerk

Een toekomst voor regulier deeltijd-hbo

Written by Erwin van Rooijen. Posted in Blogs

Na jaren van relatieve stilte is in het laatste halfjaar veel gezegd over de positie van het reguliere deeltijdonderwijs aan hogescholen. In de afgelopen jaren had het scholen van werkende volwassenen – onder de noemer van een ‘Leven Lang Leren’ – een prominente plaats in de strategische notities van zowel de instellingen voor regulier hoger onderwijs als van het ministerie. Desondanks scoorde Nederland op dit punt slecht in internationale vergelijkingen. Hoewel vanuit het ministerie herhaalde pogingen zijn gedaan om dit punt op de agenda te houden, was bij de meeste instellingen weinig activiteit te bespeuren. De instroom in de reguliere deeltijdopleidingen daalde gestaag; steeds meer opleidingen werden beëindigd.

Begin 2012 heeft de NRTO (de brancheorganisatie voor particuliere trainings- en opleidingsbureaus) een convenant gesloten met de staatssecretaris van OC&W. Hoofdzaak daarin is de ontwikkeling van Leven Lang Leren en deeltijdonderwijs. Met het sluiten van dit convenant is de NRTO een belangrijke partij voor het ministerie geworden. Ze belooft voortgang op een terrein waar het regulier onderwijs zich minder sterk heeft ontwikkeld: het (in deeltijd) opleiden van volwassenen.

Het regulier onderwijs reageerde bij monde van de hbo-raad met een fel pamflet. Dat ging vooral in op de bekostigingskwestie, inhoudelijk bleef de reactie beperkt tot een sneer over de kwaliteit van het particuliere onderwijs. Het bood geen visie van het regulier hbo op haar rol als aanbieder van deeltijdonderwijs.

In het meest recente nummer van het tijdschrift ‘Expertise’ stellen Erwin van Rooijen (Tien organisatieadvies) en Martin Wiersma (Expertisecentrum Hoger Onderwijs) dat er voldoende kansen zijn voor hogescholen om zich sterk te positioneren op de markt van het deeltijdonderwijs. Met enige inspanning en vooral meer focus op deeltijdopleidingen is de aantrekkelijkheid te vergroten en beter zichtbaar te maken. Daarbij gaat het om sterke punten die kenmerkend zijn voor juist de hogescholen, die wellicht minder gemakkelijk te realiseren zijn door commerciële aanbieders.

Wat is uw mening? Is het regulier deeltijdonderwijs aan het eind van haar ‘life-cycle’? Of is dit het moment voor een revitalisering? Wat zou uw opleiding/hogeschool dan willen doen? Uw reacties en vragen zijn welkom. Vanuit onze gedeelde belangstelling en betrokkenheid bij dit vraagstuk gaan we graag het gesprek met u aan!

Het artikel is te vinden via de volgende links:
https://docs.google.com/file/d/0Bybg5dcvBCRrSFFVRnR3QlJOR28/edit
http://www.expho.nl/Dossier-profilering.php

Erwin van Rooijen

Zullen we weer gewoon gaan doen?

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Onderzoek wijst uit: mensen en organisaties zijn na de zomervakantie collectief gestopt met ademhalen. Het spook van de crisis heeft kennelijk keihard ‘freeze!’ geroepen, want niemand beweegt, niemand neemt actie (anders dan wat hak- en breekwerk) en niemand durft te denken aan de dag van morgen, laat staan van overmorgen. En daarmee is de crisis een nog harder feit geworden dan hij al was. Daar waar zich de lichtpuntjes aandienden, hebben we ze eigenhandig gedoofd. Zo was op dag één vrijwel iedereen verguld met de voortvarendheid en hervormingsgezindheid van het nieuwe kabinet, maar wisten we vanaf dag twee de euforie al te doen omslaan in gejeremieer over slechts één aspect uit het akkoord. Weg euforie, weg energie. Ook de vreugde over de herverkiezing van Obama werd al meteen gesmoord door hem vleugellam te verklaren. Waarom zijn we met zijn allen zo krampachtig bezig het slechte nieuws uit te vergroten? We hebben toch geen enkel belang bij de verlamming die het teweeg brengt?

Op de dag van de presentatie van het regeerakkoord zag ook een ander belangwekkend rapport het levenslicht: NL 2030, contouren van een nieuw Nederlands Verdienmodel, uitgebracht door Boston Consulting Group http://www.bcg.nl/documents/file120331.pdf. Boston Consulting betoogt dat de wereldeconomie, op welk speelveld de internationaal concurrerende bedrijfstakken – de trekkers van onze welvaart – opereren, in een steeds hoger tempo verandert. Maar daar blijft de analyse gelukkig niet bij. Er wordt ook het begin van een antwoord gegeven op de vraag hoe wij onze welvaartspositie kunnen behouden: het vergroten van ons aanpassingsvermogen: door ontwikkelen en benutten van ons vernieuwingstalent (identificeren van concurrentievoordelen) en door het vergroten van ons maatschappelijk aanpassingsvermogen (voorwaarden creëren waaronder deze kunnen worden benut). Overheden moeten flexibiliseren (w.o. de arbeidsmarkt) en investeren (onderwijs en innovatie). Ondernemingen moeten inspelen op de enorme toename van de technologische vernieuwing, de sterke versplintering van de behoeften van de klanten en een snel platter wordende wereld.

En zo is het. Ik zie de successen van ondernemers die dit hebben begrepen dagelijks om mij heen. Een  paar voorbeelden: een bouwer van verpakkingsmachines voor wie letterlijk en figuurlijk een wereld open ging toen men had besloten zich in ontwikkeling en verkoop alleen nog maar te gaan richten op één schakel van het productieproces van één soort product. Een traditionele leverancier van kantoormeubelen (is er een slechtere markt denkbaar?) die, omdat hij tijdig wist in te spelen op de opkomst van internet, dit jaar zijn hoogste omzet ooit scoort. Een onderneming geworteld in de Nederlandse primaire sector die het aandurfde tijdig te investeren in opkomende markten buiten Europa en daaraan nu haar jaarlijkse groei dankt. En zelfs in de professionele dienstverlening zijn mooie voorbeelden van succes onder slechte marktomstandigheden te vinden, bijv.  omdat zij schaarse, gespecialiseerde expertise aan zich weten te binden.

En er is trouwens nog iets dat deze ondernemers tijdig hebben begrepen: Cash is King. Want als de omzet groeit, maar tegelijkertijd de klanten later betalen, de marges onder druk staan,  leveranciers boter bij de vis willen en de banken hun kredietverlening ‘zo maar’ beperken, komt het aan op het cash management van de onderneming. Ook dat is in dit tijdsgewricht een cruciaal concurrentievoordeel.

Zullen we weer gewoon gaan doen? Want op 1 januari start weer gewoon een nieuw jaar. Een nieuw jaar met nieuwe keuzes: blijft het ploeteren om te overleven of wordt het investeren in succes? Het is een dooddoener, ik weet het, maar daarom niet minder waar: never waste a good crisis! Alleen overleven is niet genoeg. Want als de crisis straks voorbij is, ziet onze wereld er echt heel anders uit.

Peter de Leeuwerk

Ingrediënten van over de hele wereld…

Written by Roeland Buijsse. Posted in Blogs

Op het station zag ik onlangs een reclamebord van een bekend chocolademerk. Erg lekker. Een grote tekst met de naam van de producent en vervolgens de onderkop: ‘met ingrediënten van over de hele wereld.’ Nu zullen de makers hiermee ongetwijfeld een bepaalde hoogwaardige duiding willen geven aan het product door dit op het reclamebord te zetten, maar op mij had het een tegengesteld effect. Ingrediënten van over de hele wereld? Nou, lekker duurzaam. Dit is toch volkomen uit de tijd? Kijk naar de Nederlandse toprestaurants, kijk naar lokale voedingsinitiatieven. Meer en meer halen producenten hun ingrediënten zo veel mogelijk van dichtbij. Het verkleinen van de afstand tussen producent en consument waar dat mogelijk is. Het ‘niet alles van ver is goed principe’.

Juist tegenwoordig merk ik dat duurzaamheid geen zogenaamd geitenwollen sokken begrip meer is, maar business waar goed geld verdiend wordt, innovatie plaatsvindt en maatschappelijk toegevoegde waarde wordt geleverd.

Ik ben zelf beroepsmatig actief in het groen onderwijs. Waar dit voorheen echt agrarisch onderwijs was, durf ik de uitspraak wel aan dat er tegenwoordig als nergens anders geïnnoveerd wordt met modern groen onderwijs met veel aandacht voor de koppeling van duurzaamheid en business. Het gaat hier om initiatieven op het gebied van de biobased economy, het verkorten van voedselproductieketens, het bedenken van manieren om voedselverspilling tegen te gaan en het samenwerken met lokale, vaak nog kleinschalige commerciële initiatieven om de groot gegroeide afstand tussen stad en platteland te verkleinen, zie ik daar terug.

De reclameslogan van dit chocolademerk vind ik gewoon gedateerd. Nu begrijp ik ook wel dat het basisingrediënt voor chocolade niet om de hoek gemaakt wordt, maar houd het daar dan bij.

Roeland Buijsse

En toen was er weer hoop…..

Written by Peter de Leeuwerk. Posted in Blogs

Misschien wil ik het te graag, maar het VVD/PvdA regeerakkoord geeft hoop. Hoop op een bestendige regering, hoop op echte verandering in economie, samenleving en openbaar bestuur, maar vooral hoop op nieuwe hoop.

Tot zover mijn – nog prille – gevoel. Na de uitzending van Pauw & Witteman waarin Rutte en Samsom samen te gast waren, ben ik mij gaan afvragen of ik ook enige ratio achter dit gevoel zou kunnen ontdekken. Zoals de komende weken in parlement en pers ongetwijfeld breed zal worden uitgemeten, is het niet de kracht van de inhoud van alle plannen. Veel rijp en groen, soms niet of moeilijk uitvoerbaar, en niet zelden gebaseerd op ondeugdelijke beelden van de realiteit. Wat is het dan wel wat mij zo hoopvol stemt? In elk geval ook niet het welvaartsperspectief op korte termijn, want dat is gewoon slecht. Nee, het goede nieuws schuilt in de openheid en eerlijkheid: gewoon zeggen waar het op staat en duidelijk maken dat zonder concessies geen samenwerking mogelijk is. Eindelijk lijkt de burger serieus te worden genomen. Dat leidt niet alleen tot draagvlak in de samenleving, maar hoe eerder de burgers de pijn voelen, hoe eerder zij in staat zijn deze emotioneel te incasseren, de huidige verlamming van zich af te schudden en weer te kunnen denken en werken aan de toekomst. Is het niet hun eigen toekomst, dan in elk geval van kinderen. En dat is wat de nieuwe regering doet: de basis leggen voor nieuwe hoop en dus voor een betere toekomst. In goed Nederlands: op basis van de opvatting ‘never waste a good crisis’ een ‘selffulfilling prophecy’ op gang brengen. Ik kan het niet laten om toch één inhoudelijke opmerking te plaatsen: wat ben ik blij dat we eindelijk toegeven dat we dat niet alleen kunnen, dat de deur naar Europa en de rest van de wereld weer gewoon open gaat. Dat Rutte de formatie opschuift om Turkije te bezoeken, een beter signaal kan hij niet geven.

Misschien klinkt dit alles vreemd uit de mond van een rasechte CDA-er. Het doet me dan ook pijn dat het CDA niet een van de pijlers onder deze nieuwe hoop is. En het voelt nog steeds onredelijk dat niet de VVD maar het CDA het slachtoffer is van de ‘samenwerking’ met de PVV. Maar hoe is het toch in hemelsnaam mogelijk dat een partij met zo’n historie en fundament niet verder komt dan te blijven herhalen dát zij een eigen verhaal heeft zonder uit te leggen wát dat verhaal dan is. En vervolgens niet verder komt dan uit te leggen dat de ‘C’ te groot is? Waar was die ‘C’ dan toen het cDA besloot om samen te gaan werken met een partij die onfatsoenlijk onfatsoen predikt. Wat een inhoudelijke armoede. Ik zie de vilein lachende gezichten van Rutte en Samsom voor me toen ze besloten de laatste drie CDA-overblijfselen van tafel te vegen: het schrappen van de ecologische hoofdstructuur, het droog houden van de Hedwigepolder en, als doodsteek, het schrappen van ‘Landbouw’ uit de naam van het Ministerie. Loyaal als ik ben, ben ik nog steeds lid van het CDA. De vraag is wel hoe lang nog, want de hoop dat het CDA zich opnieuw zal uitvinden, begint nu echt te vervliegen. Juist nu hoop ons belangrijkste houvast is.

Peter de Leeuwerk

‘ROC: Kies een opleiding met kans op werk’

Written by Roeland Buijsse. Posted in Blogs

Zo luidde de kop van een artikel in Trouw, begin september 2012. Het artikel ging over ROC Albeda in Rotterdam, dat aspirant studenten die zich ingeschreven hadden voor populaire opleidingen met een beperkte kans op een baan nadrukkelijk adviseert om een andere opleiding te doen waar de baanzekerheid veel hoger is. Opleidingen tot medewerker op een kinderdagverblijf zijn bijvoorbeeld enorm populair, maar de arbeidsmarkt is slecht. De opleiding voor Verpleegkundige of gehandicaptenverzorger daarentegen heeft een veel beter perspectief. Hoewel de school de studenten niet kan dwingen om voor een bepaalde opleiding te kiezen, werkte het nadrukkelijk en persoonlijk adviseren heel goed. 600 aspirant studenten kozen voor een andere opleiding.

Een bijzonder en creatief initiatief van het ROC en heel hard nodig om voldoende talent op te leiden voor die opleidingen waar vraag naar is. De enige bedenking die ik heb, is de volgende: de studenten die het betreft, zijn over drie tot vier jaar klaar met hun opleiding. De arbeidsmarkt kan er dan weer heel anders uitzien. Overheidsbeleid of trends die we nu niet kunnen voorzien, hebben invloed. Ook tot mijn verrassing, gaan sommige ontwikkelingen razendsnel. Digitalisering en dan met name de procesautomatisering heeft binnen bedrijven en overheden een enorme vlucht genomen waardoor bestaande beroepen, bijvoorbeeld in de administratieve sector, compleet zijn veranderd en er andere en vooral hoogwaardiger vaardigheden benodigd zijn. ROC’s moeten ook hierop anticiperen in hun bestaande opleidingen, naast het bovenstaande idee om te schuiven met studenten tussen de opleidingen.

Ik heb geen glazen bol, maar misschien leidt het MBO over een aantal jaar niet meer op voor de arbeidsmarkt maar vooral voor het HBO. Het zou mij niets verbazen.

Roeland Buijsse